Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vier uwe vierdagen - pagina 265

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vier uwe vierdagen - pagina 265

2 minuten leestijd

„HIJ KEERT WEDER TOT ZIJN AARDE

Geen immortel en geen vergeetmijniet

Woord van den

,

!"

maar

253

alleen het

levenden God hoort op het graf.

Want op uw God zal het in dat bange oogenblik voor u aankomen. Doet uw God dan niets voor n nu dan heeft uw aarde u. Dan zijt ge van die aarde de buit en de prooi. Tegenworstelen kunt ge dan niet. En de aarde zal met u doen naar haar wil. En als die aarde dan ten einde toe met u naar haar wil zal gedaan hebben, dan zal boos verderf u nog voor eeuwig achterhalen, en u onder die aarde, in den afgrond een vernieling tegenvoeren, waaruit geen ziel ooit is teruggekeerd, om ons te zeggen, hoe het er is, maar waarvan Jezus ons influisterde, dat er een worm knaagt die nooit sterft, en dat er weening ,

is

en knersing der tanden.

met

in

walmen

de

uitgebluscht

;

dier

Een

,

plaats van buitenste duisternis

duisteruis een vuur dat nooit

kan

een bange verschrikking vol van versmadingen

afgrijzen.

o, Sterf zoo niet, wie ge ook zijt,

om zoo niet te uw God in uw sterven moogt, en doen

jong of oud,

die dit lezen

sterven, rust niet eer ge weet, dat

een

daad van genade ook voor u

zal.

Aan een zwevende verwachting hebt onzekere hoop kan uw seheepke in die

ge hier

niets.

Voor een

ontzettende branding

van den Dood niet voor anker liggen. Neen, neen, zekerheid, vastheid hebt ge noodig, om in dat schrikkelijk uur niet te beven en te sidderen, maar te rusten in de trouwe van uw God. Uw vernedering gaat diep, het is zoo. Ge moet naar het stof, ge moet aan uw aarde terug. Al wat nu aan u is al uw bloed en zenuwen al uw vleesch en vezel wordt straks van u afgehaald. Niets dan eenige dorre beenderen zullen van u overblijven zoo ook die niet nog tot stof vermalen worden. Zelfs dit uiterste van zelfvernedering mocht u niet gespaard worden. Ge moet eens voor uw God geheel machteloos, als ,

,

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's

Vier uwe vierdagen - pagina 265

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's