Vier uwe vierdagen - pagina 128
DATZELVE ZAL U DEN KOP VERMORZELEN.
116
wachters vloden, en Gods engelen nederdaalden, en de steen werd afgewenteld en straks de gestorvene op liet kruis weer in het midden zijner jongeren verscheen, en hun toonde de teekenen der nagelen in zijn handen, en de wonde van de ,
speer in zijn zijde.
Want daartegenover stond Satan volkomen machteloos. Daartegen was voor Satan geen enkel instrument bereid. Dat moest hij aanzien. Aanzien in zijn ver reikende gevolgen voor het lot en voor de toekomst van hemel en aarde. Nu had God overwonnen, en Satan was in beginsel voor eeuwig teruggeslagen.
En nu reeds was de ure te voorspellen en het oogenblik tegemoet te zien, waarop hem voor eens en voor altoos de kop zou worden verpletterd. Want al is Satan nu nog levendig en nog ontzettend gewapend en al is hem nog zoo groote macht gelaten om én Gods kerk én Gods kinderen te verontrusten, toch vreezen ,
,
nu de Godgetrouwen
Want zie, hem en hun
niet meer. Satan ze nu weer aanvalt, staat tusschen hart altoos die verrezen Heiland, die nu alle
als
macht ontving in hemel en op aarde, en gezeten aan de rechterhand des Vaders, het den zijnen toe blijft roepen: , Niemand kan u rukken uit mijn hand!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's