Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vier uwe vierdagen - pagina 178

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vier uwe vierdagen - pagina 178

2 minuten leestijd

166

DAAR DE VOORLOOPER VOOR ONS

Zoolang toch de

ziel

IS

INGEGAAN."

met minder tevreden

is

,

dan God haar

in zijne beloften heeft toegezegd, stelt ze haar ideaal veel te

trekt ze een deel van Gods beloften slechts pro memorie en scheidt ze wat God vereenigd heeft. Men neemt dan het geestelijke voor lief, ziet in dat geestelijke het een en al; en heeft geen diepere verzuchting in zijn hart, die boven dat geestelijke uitgaat.

laag

uit

,

,

En natuurlijk, dan komt er iets kwijnends Want immers, zoo dat geestelijke het één

in ons geloof.

en al is, en ons ideaal niet verder reikt, waartoe dan de vleeschwordmg f Of had een David en een Jesaia dan niet de geestelijke gemeenschap ?

Waartoe dan die omwandeling op aarde, drie lange jaren? Waartoe dan die opstanding f Waartoe geheel die verschijning in het vleesch?

Dat alles toch wordt dan niet dan een doorgang een ingang in de hemelen.

En helft

zoo

van

,

zonder

komt het dan, dat zoo menig kind van God de met de spons van zijn geestelijke

zijn geloofswereld

eenzijdigheid uitveegt.

Hij denkt zich Jezus dan als een geest. Hij rekent er niet mee, dat onze Heiland onze meuschelijke natuur, naar ziel en lichaam, in den hemel, door het voorhangsel, heeft ingedragen. En ook voor zichzelf verlangt hij niets meer en niets hoogers, dan om eenmaal te sterven, ontbonden te worden, en met Jezus te zijn. Het is of hij God in zijn raadsplan corrigeerende in zich zelven mijmert: „ o, Als God mij maar het geestelijke geeft, dan moge Hij die heerlijkheid voor zich zelven behouden. Daarnaar strekt mijn zielsverlangen zich niet uit. Voor mij is dat alles niet van noode." ,

En daarom nu

,

juist wijst de Schrift er u zoo telkens en zoo op, dat ge dat opvaren van uw Jezus ten hemel u toch als een werkelijk verlaten van deze aarde, een wezenlijk

klaarlijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's

Vier uwe vierdagen - pagina 178

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Abraham Kuyper Collection | 328 Pagina's