E voto Dordraceno - pagina 340
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
342
XLV. HOOFDSTUK
ZOND.
taak geroepen worden. Al
pelijke
gebed
gemeenschappelijk melijk
het dus volkomen waar, dat al zulk
is
schappelijk uitkomen voor onze roeping toe
brengen,
te
om
den Heere de eere van
ook
zoo
zijn,
Toen er voor
zij
die hiertoe behoefte gevoelden,
dan
En
dit
indien het inroepen van die hulpe des Heeren hierbij
den voorgrond stond. Maar
op
ma-
zijn
wel vooraf, in eigen woning, de hulpe des Heeren konden inroepen.
zou
vor-
de gemeenteraden het gebed weer in te
in
hiertegen opgemerkt, dat
is
om
geheel eigenaardige waardij.
een
eenige jaren sprake van was, voeren,
om
den regel nog lichter gevaar loopt
in
worden, toch heeft het in een ander opzicht, als een gemeen-
te
jesteit
III.
dit juist is niet zoo.
Uitgangspunt
ook
is
nu, dat een stad, een dorp in haar vertegenwoordigers optredende, even-
goed
als
hulde
te
een
gehouden
huisgezin,
brengen.
En
al is
is,
Gods majesteit
het ook, dat
anders plaats heeft, dan dat
en een betuiging van eerbied voor feit
Hem
eeren en
zulk een gebed de woorden
bij
weinig indruk maken, en de zielsverheffing bijna geene niets
te
men saam
is,
zoodat er eigenlijk
het hoofd voor
zijn majesteit aanhoort,
God
dan
is
buigt
toch dit
op zichzelf een daad van hulde aan den Schepper van hemel en van
aarde die
Hem, omdat
Hij
ook verkeerd door er op
te
God
is,
men dan den naam
toekomt. Juist daarom deed
staan, dat zulk een aanroeping
in
van den Heere Jezus zou plaats hebben. In een gemeenteraad, waar ook Joden
wettig
Ninevé
Op
dat
en
zijn
raden
eu
staten
en
hij
heeft dit geen zin, en toen
mag
niet
Jona op
met Ninevé, en zoo ook wordt
niet
dat
vergaderingen
de
in
gebeden. Alle gebed in zulke
terrein
enkel een betooning van eerbied
is
:
omdat onze Vorstin nog
worden,
onder
aan gedacht, dat de koning
er niet
en ontzag voor de majesteit des Heeren
eed
Jona
volk zich eerst tot den Messias moesten bekeeren.
handelde
terrein
gemeenteraden
onze
kunnen nemen,
bekeering riep, heeft
tot
Ninevé
van
zitting
een betoon dat daarom geëischt
bij
de gratie Gods regeert en de
aanroeping van de hulpe des Almachtigen nog altoos het
cement van ons staatsbestuur en van onze rechtsbedeeling
bleef.
Ook afgescheiden van het gemeenschappelijk gebed van Gods kinderen, dat
uit
Christus tuurlijken
de
gemeenschap der heiligen en de eenheid des Lichaams van
opkomt,
heeft
levens wel
het saambidden dan ook op het terrein des nadegelijk waardij en beteekenis, en heeft
daad van goddeloosheid gepleegd, door
dit al
meer
men
een
af te schaffen.
Toegegeven dat zulk saambidden op natuurlijk terrein kort moet wezen, dat het niet diep kan gaan, dat het zich tot enkele algemeene formulen
moet bepalen, van
het
mom
altoos blijft toch dif over, dat zulk
der
onheilige
schaamte
is,
saambidden een afrukken
en leidt tot het
feit
dat er
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's