Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 33

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 33

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. voorzeker

aaupreeken,

mij

goed gelukken, dat

zeer

HOOFDSTUK

II.

dat dit slecht

27

II.

dat zulks niet mag, en kan het

is,

die booze aandrift weersta.

ik

Maar

als ik

mij niet wreek, heb ik

daarom dan nu mijn vijand liefgehad? Neen, dan

welde er toch haat

mijn binnenste op, en het eenige wat

uit

deed,

ik

is

aan dien haat niet botvieren, maar dien bedwingen.

De

welde het tegendeel

maken

dat ze ««>< opwellen.

zijn,

Meer nog

dat er goede dingen opwellen in plaats van booze.

we zóó de zaak

als

„Neen, hier

:

te

liefde

dat wel, om, als ze opgeweld

niet, versta

maar om

ze te bedwingen, neen,

om te maken En daarom

maar van

liefde,

en wie nu heeft over die opwellingen

uit het hart op,

van het hart macht? Macht

leeft

Er was geen

wortel der zaak ontbrak dus.

is

bezien,

dan voelt

ieder, die bij zijn ziele

Heeren werk, dat kan God alleen

's

teweeg-

in mij

brengen. Mijn hart omzetten kan ik niet."

Laten we dus het werk der Wedergeboorte, er buiten, en blijven d.

we voorshands

bij

w.

z.

het, gelijk

is

hetgeen

God

Wet van ons

hetgeen de

hetgeen de niensch moet doen, dan

bij

i.

d.

men

doet

eischt,

hieraan tast en

voelt, juist deze

diepgaande eisch der liefde die voor den zondaar niet de

hardheid uit de

Wet wegneemt, maar juist hem maakt. Want wat

onoverkomelijk voor

en

waartoe

licht

nog

komt

hij

met de

hij

uiterste inspanning

in staat ware, tot dit in zich

Over

nooit.

zijn hart,

Zoo heft dus deze eisch der

om

van eigen krachten ook wel-

brengen van den wortel der

liefde

mist

zijns levens zijn,

het uit liefde te laten werken.

liefde onze ellende niet op,

geen sluier over, maar integendeel juist doordien de eischt,

Wet

en

hij

legt er

volstrekte liefde

werpt ze den zondaar in de onafwendbaarste ellende neer.

Immers

er

wordt hier in den Catechismus, niet

sappige lieden, met de liefde gespeeld,

hoog ernstigen

zin

maar

gelijk

onder onze zoet-

die eisch der Hefde wordt in

genomen.

„God liefhebben" dat noemt de beuzelende zoetsappigheid zekeren moedstoestand, waarbij ge wel zoo goed en vroom denken,

te

en

ook nog kunne of vermoge

waar de oorsprongen

de zoo onmisbare macht,

hij juist

die hardheid zoo ontzettend hij

gevoelens van genegenheid voor

noods eenige offerande

Maar hiermee

te

heeft de

zijt,

uw God

te

om

ge-

Hem

veel aan

hebben, en des-

offeren op zijn altaar.

Wet Gods

in het allerminst geen vrede.

Hier

wordt een hefde van u geëischt, die niet zekere neiging of gemoedsstem-

ming wortel

is,

maar een

zelf

„liefhebben

uw

kracht."

liefde,

die de allesbeheerschende drijfkracht in

den

uw leven zal zijn, en dientengevolge leiden zal tot een met uw gansche ziel, met geheel uw verstand, en met geheel van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 33

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's