E voto Dordraceno - pagina 366
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
366
XXIV. HOOFDSTUK
ZOND.
legd, ook afgezien
van elke belooning.
belooning
zooals
sprake,
ook
de
II.
En komt
zulk een geval van
er in
soms
Overheid
aan zeer uitnemende
burgers een bewijs van gunste biedt, dan wordt die eerebelooning verleend
om
niet
verdienste
maar
betalen,
te
ter
aanmoediging en
als
van
blijk
waardeering. Maar, dit nu daargelaten, als metterdaad de straf een afwe-
ging van schuld
maar weten,
of
en overmoed,
heid
waard
Het
verwijten.
slecht
een
welnu,
is,
Zoo
God
tegen
dan
dan niet opzien
al
ondergaan ze die straf en
van
als b.
uitmaakt
is
hun
dan
bewijst
straf
en indien de
fier-
die straf wel
voorts niets te
nog
niet,
dat ze
het beklimmen van den brandstapel door
v.
dat
die
;
komen, hun
in verzet te
zelf
slecht
hij
geweest; eer integendeel blijk
is
van veel uitnemendheid.
men,
ziet
hoe metterdaad, van welken kant
Semi-Pelagianisme de wortel van
dit
doorgesneden,
moet
zelf
om
Evenmin
zijn.
zijn
door
tegen deze straf
ondergaan
martelaar
kan
welnu dan moet de zondaar en de Satan het ook
is, zij
's
Menschen believen wat
weten
hij
alle
men
het ook beziet,
echte godzaligheid wordt
treedt er door op den voorgrond. Hij
wil of niet wil.
En
slechts dit ééne blijkt, dat
hij
door
zich te conformeeren naar het gebod een gelukstaat tegengaat,
en
door
het
wezenlijk
niet te volbrengen straf beloopt;
te verkiezen is,
staat ter beslissing aan
fundamenten losgewoeld. Er
gedachte,
ons
hem
Zoo
zelf.
zijn
de
geen zedelijke vastigheid meer.
is
Daarom nu legden onze vaderen die
maar wat van deze twee
zulk een nadruk op de
Verbonds-
Schrift telkens en telkens geopenbaard
in de Heilige
wordt. Hierdoor toch wordt de geheele loontheorie slechts een ingeschoven
genadedaad, en
is
ze niet
meer de grondslag van heel onze
zedeleer.
Nu
toch komt de zaak zoo te staan, dat de mensch als een schepsel in Gods
hand kan
is
en tegenover God
doen gelden;
zaamheid aan lijk
van
alle
drang van is,
zijn
ja,
hooger geluk
zijn
in eeuwigen
Wezen
zoolang
Hij
is,
te
u
God
almachtigen Schepper geen enkel recht
omgekeerd is,
ook
versteken.
tot al
De
de meest volstrekte gehoorbeliefde het
vraag, of er in
recht
God
zelf
geen
laten, ligt
geheel hierbuiten. Dit toch raakt
jegens zich zelven, en niet zijn gehoudenheid
aangaat
is
Hij
volstrekt
u geen recht tegenover zich zelven
nimmer eenig
God hem eeuwig-
waardoor Hij onmogelijk, wat waarachtig goed
jammer kan
Wat
u.
hij
God gehouden
eene verplichting van tegenover
dat
zijn
als
tegenover
Hem
vrij
en vrijmachtig, en
geeft,
kunt
gij
nooit of
doen gelden. Hierdoor verwerft ge
dus reeds het groote voordeel, dat de verplichting
om Gods
wet
te
vol-
brengen, absoluut voor u vaststaat, ook zonder dat er nog van eenig loon of straf sprake
is
;
Gods wet
niet te volbrengen,
is
in
u altoos slecht, en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's