E voto Dordraceno - pagina 225
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. X. HOOFDSTUK
219
II.
vaderen kloek en kras tegen alle lotspel opgekomen. Ze hadden niets tegen die
waren,
zooals
met
geen geloof maar geval, hoe de
om
in vindt
dam- en kegelspelen; maar
En
onverzoenlijken ijver op.
van
neiging
kwaad van
bijgeloof.
geschudde kaarten uitvallen,
men
zijn
het
daar
te
zijn
Dit te wanen ware in het blinde
vermaak heeft en
er lust
Went men daar nu zijn dan sterkt men de zondige
hangen.
zelven aan,
zich
Niet alsof
terecht.
hart en doet ongemerkt afbreuk aan zijn geloof.
Het
om
geld
kaartspel
maar wel
spelen,
vooral tegen het
Neen, maar, omdat de mensch
van dat blinde geval af
went
kinderen,
zit
dus volstrekt niet alleen in het
terdege in dat afhankelijk stellen van zijn kans van een
Dat
bloot geval of fortuin.
Maar
of spierkracht en vlugheid
de kaarten zelf iets zitten zou dat boos was.
in
er
scherpzinnigheid
en
schaak-
traden ze
kaartspel
van
oefeningen
spelen
men
natuurlijk, als
het wat het geloof in het hart ondermijnt.
is
nu nog geld ook aan gaat hangen, dan voegt
er
men bij het eerste kwaad een tweede kwaad en maakt het nóg erger. En als men dan ziet, hoe lieden van aanzien aan de speelbank soms hun halve vermogen op één worp zetten, en zelfs prinsen en vorsten daaraan
meedoen;
met
en
een
drift
hoe op de beurs in effecten en waren gespeeld wordt
ziet,
en
hartstocht, die aast op het
in den schoot zal werpen
en er lust aan heeft Dit
maar Het
niet gezegd,
is
dan voelt men eerst recht hoe ontzettend diep
;
aan het geloof aan Gods Voorzienigheid ontvallen
maatschappij
onze
om om
het lot op zichzelf af te keuren, mits
doet de geschillen
is,
drijven op de Fortuin.
te
Schriftuurlijk gebruike. lot
goud dat hun de Fortuin
Gods Woord zegt ons
ophouden; en indien
eenige zaak geen beslissing te vinden
in Spreuk.
er onder
ligt er in
is,
men
XVIII
:
het
18:
menschen over
de werping van het
lot
zelfs
een aangewezen weg, die geheel met het geloof overeenstemt. Immers,
een
kind van
God
XVI
van Spreuk.
gelooft dat naar luid
den schoot wordt geworpen, maar dat het beleid daarvan
in is."
En
lot
den Heere
bij
derhalve kinderen Gods, in onoplosbare moeilijkheden,
bijaldien
begeeren dat God de Heere beslissing zal geven, en
werpen nu het
beslissing aan, en
die
23 „het
:
den Heere, hun God,
lot,
te laten beslissen,
niet
om
zij
roepen
Hem om
de Fortuin, maar
dan kan zulks zeer wel
om
stichtelijk
en in de vreeze Gods geschieden.
Maar niet
om
om
gril
zoo bedoelen het de spelers niet.
God, maar
van
de
om
Den
speler in ons hart
een spel van luk en raak,
Fortuin
te
om
is
het
kansslingering, en
doen; en dit nu moet met hand en tand
bestreden.
Het
is
verborgen
daarom roerselen
zeer zaak dat de Bediening des in
Woords ook op deze
het hart meer haar licht doe vallen.
Dat deden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's