E voto Dordraceno - pagina 486
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XVII. HOOFDSTUK
480
Of na dat rantsoen
II.
Christi reeds gebracht ivas deed er niet toe, indien
het maar goddelijk zeker en vast was, dat het zou komen. Stel voor een oogenblik, dat het kruis
eeuw
Evenmin
toedoen.
Abraham, David
komen
Gods recht moest
zou.
van ons menschelijk aanzijn uitgevoerd.
dat de Christus al deze dingen moest lijden. Dat
het,
aannemen,
vleesch
Pontius
van
rechtvaardigverklaring
opgericht.
is
eisch, dat het zeker
in de werkelijkheid
onder
de
of Jesaja iets af- of toedeed, dat het kruis van Christus
Maar wel was het
is
aan
het
als
pas eeuwen na hun sterven
ook
in de twintigste
zou worden geplant, dit zou aan onze rechtvaardigverklaring niets of
af-
van Christus pas
moest
zich
stellen
onder
En
zoo
tnoest ons
hij
onze schuld, moest lijden
Pilatus, moest gekruist en gedood
worden; moest in den
eeuwigen dood ingaan, en alzoo moest opbrengen den vollen
prijs die
aan Gods
gerechtigheid moest betaald worden.
Hiermee
was het goddelijk proces der rechtvaardigmaking nog
echter
niet ten einde.
Immers, nu was
Gods recht voldaan, het rantsoen was wel
er wel aan
maar nog ontbrak de
betaald;
aangenomen,
goedgekeurd,
rechterlijke
en
krachtig
in
daad, waarbij dit rantsoen zijn
gevolgen
wierd
ge-
maakt.
Immers,
of gij
een schuld die op u rust, betaalt, dit
al
Ge moet
genoeg.
waarom Christus
in
den
ook
er
den
van
kwijthrief
dood
kon
niet
hebben.
blijven,
is
u nog niet
En
dit is het,
maar moest worden
opgewekt.
Eerst
door
leven
weder;
heeft
en
Zoolang
nu
En
dronken.
dat
den
uit
nog
hij
opwekking toch keert Immanuël
die blijkt
dood
den dood
in
eerst
hij
waar
hij
uittreedt lag,
God was een
van
Immanuël dan nooit
hij
van
staat
vallen.
Immers
en
God had
wel
als
als
zonde
niet ten volle uitge-
den dood afschudt en over den dood triomfeert
aangenomen, en heel de worsteling bezit
den dood in het
en weer overtreedt in het leven.
was de dood nog
door in het leven terug te keeren,
Nu
uit
dien dood tot aan zijn eindpaal afgeloopen
zijn
is
het rantsoen voldongen, het rantsoen
om Gods
gerechtigheid
uit.
gerechtigheid. Niet als God, want als
anders dan de Gerechtigheid zelve, en kon er zelfs gerechtigheid
of schuldigheid
bij
hem geen
die staat geldt altoos tegenover een Souverein hij
geen Souverein,
maar
Middelaar
maken om
nu ook
onzentwil.
schitterend
gerechtigheid verwerven.
en Rechter
tvas hij zelf Souverein.
mensch en Middelaar. Als mensch en Middelaar had laten
sprake
En daarom moest
hij
als
hij
Maar
zich tot
mensch en
gerechtvaardigd worden, en een eeuwige
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's