E voto Dordraceno - pagina 458
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
458
XXV. HOOFDSTUK
ZOND.
die
er
maar
zijn,
Zulke
hebben.
aanwijzing voor ons geen sprake
andere
zonder
die
waren
teekenen
voor
b.v.
Abraham de starrenhemel en
het zand aan den oever der zee, evenals voor
regenboog
den
IX.
Xoach de regenboog. Wie
zonder Gods belofte aan Noach
aanziet,
kennen, kan
te
daaruit nooit afleiden, dat de regenboog een sprake heeft van Gods trouw
en van
Wie
om
zijn belofte,
de aarde niet meer door een zondvloed te verdelgen.
het uit de Openbaring niet geleerd heeft, kan uit de aanschouwing
opmaken, dat ze beeld van Gods kerk zou
van
den
zijn,
zoo in haar getal en haar schittering als in haar onderscheiding en
starrenhemel
En
indeeling.
aanwijzing
wie
nooit
langs
strand
het
verstaan,
nooit
dat
in
Abrahams nakomelingschap. Dat
zijn
nieuws geschapen wordt, noch
iets
maar
die een
der
zee
openbaring vereischen,
een
zonder nadere
beeld
van
ligt
dus een soort teekenen, waartoe niet
in elkander
om
te
wordt gezet noch aangericht,
verstaan wat
God de Heere
Een tweede
soort teekenen
ons in afbeeldt en er ons door beteekent.
er
loopt, zal
oeverzand
dit
daarentegen draagt een geheel ander karakter, omdat ze genomen worden
wat bestaat, maar
niet uit
teekenen
vallen
het
b.v.
opzettelijk
worden aangericht. Onder deze soort
van
Gideon, het teeken voor Achas, de
vlies
teekenen die de profeten stelden, en zelfs de doorgaande teekenen van de Besnijdenis en het Pascha, van de steenen in de Jordaan (Jozua
van
den
genaamd worden, en
En
opzettelijk
om
:
:
6),
10) enz., die alle „teekenen"
een „teeken"
te zijn
wierden aangericht.
deze beide nu komt als derde soort teekenen, de teekenen van het
bij
eigenlijk
Sacrament,
uit
zich brengen.
heel
Het
en die zelve hun sprake reeds is
schepping
de
nieuw geschapen worden, maar genomen
niet
die
schepping,
de
zijn
met In
XVII
(Num.
Aaron
van
staf
IV
is
dit
de schepping
uit
we ons thans
tot die laatste soort dat
wonderbare, dat ze symbolisch
bepalen. Hier-
is.
onder verstaat men, dat God de Heere, toen Hij deze dingen schiep, niet
maar
zichtbare en tastbare stof in het leven riep,
maar
in
al
zijn
crea-
turen of schepselen iets uit heeft gedrukt, zekere sprake heeft gelegd en er
een
rijkdom
stompzinnig
Vandaar is
dat
gedachten
van
in
belichaamd
verstaat van die sprake
we
in
Psalm XIX zingen
geen volk bekend, dat
tot
zelfs
's
één groot boek
is,
waarin
alle
altoos in beelden zingt. Zie het leer
beeld
:
heeft.
„Er
is
leert,
hoe heel de schepping
creaturen als letterkens
En
vandaar dat
zijn, die
Aan de
ons de
alle heilige poëzie
maar aan de Psalmen en aan de
de schepping ontleend.
niet geheel
geen spraak of oord, er
het vooral uit de taal die Jezus spreekt. Bij
aan
Wie
in zijn schepping altoos iets.
werelds end der heemlen stem niet
goddelijke gedachten te verstaan geven.
en
Gods
Vandaar ook dat onze Confessie ons
hoort." als
is,
hem
is
Profetieën, schier alle
leliën die niet arbeiden
noch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's