E voto Dordraceno - pagina 248
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. X. HOOFDSTUK V.
24:2
volstrekt
God
zelf
mijn
buiten God, waartegen ik Gods bescliermende
kind
even
heb
in
roepen
te
maar dan
;
is
het
die op dat oogenblik door middel van deze ziekte het leven van
Ook
tenonderhoudt.
keelziekte
die
die naar mijn kind uit.
zendt
Hij
macM
een
niet
nu ten behoeve van mijn kind
hulp
geen
zou
losliet,
God
sprake van, dat
mijn
ziekte
mijn kind aanviel, en alsof
zijn weten,
meer
kind
hulp kan geroepen
te
is
een van
zijn
knechten.
Hij werkte ze in mijn kind.
Er
deren.
is
Als Hij
dus geen
tegen een vijand, die buiten
als
dezen onbekommerden
ik
God nu
door mijn bidden op de hoogte van de ziekte mijns kinds moest brengen,
en
„Kom nu
roepen:
Neen
op
zijn leger, of
En
Hij doodt.
maar ook de eenige
Medicijnmeester,
kranke
toch Heere, en help mijn kind tegen die ziekte!"
maakt levend en
Hij
God
ook, Hij is niet alleen de eenige
die ziek
maakt. Er zucht niet één
hem krank gemaakt.
heeft
den nood strekt dus, zoo het godvruchtig toegaat, niet roepen als tegen een buiten
te
maar om
macht,
Dit
is
de tweede
maar een
God
door
nu krank houdt
En
de
hulp in
te
doen worden een
en gezond maakt.
niet iets buiten God,
is
gebed
om Gods
weten en toedoen over ons gekomen
zijn
wil die ons
zijn
wil die ons geneest
Alle roepen in
eerste fout.
in ons hart tot stand
kwam.
is
Ook ons
niet een geringere.
kostelijke
daad der
Het bidden
is
die alleen
ziel,
het hoogste.
Tot
En wat godsvrucht zou
geen menschenkind bekwaam.
hooger
acte
nu
de voorstelling liggen, als of we niet éénig goed werk verrichten
in
is
konden zonder
Hem
en het werken er toe
die én het willen
en dat tegelijk de hoogste daad zijn?
Men
leert,
dat het de Heere
ome
ook van het bidden
waan dan ook
om
is
die zelf
En
nu
is
goeddunken van God
de genade, in ons uitzendt, bestraft dien zondigen
tengevolge
van
deze
iets
door zijn belofte verbonden had,
in
God
allen
zijn
beide
met onzen
om
al
nood uitgaan van de bidders.
een goeddunken, en het gebed zou het middel
nu aan God
met
elkaar
hun
vloot
op te leggen.
En
als
er
En dan
eigenlijke
Er zou dan geen
en geen raad in den Heere, maar een wil
als
en naar ons
maar dan zou de
ons
en
wil
zulke beden te verhooren.
wil
zijn,
fouten de voorstelling
vragen zouden, en alsof God de Heere zich nu
natuurlijk ware er geen Voorzienigheid meer,
in
Zacharia
bij
den Geest niet alleen der genade, maar
ingeslopen, alsof ons bidden zijn zou, dat wij
meer
God om zou
de Schrift die u
bitterlijk.
Intusschen
voorziening
ons werkt
in
daad, een daad buiten
gevoelt immers, dit kan niet.
er
zijn,
om
bij
ons en
wil bij
dezen onzen
nu twee volken
in oorlog
en beiden houden een bededag voor de overwinning van leger,
dan zou hiermee heel Gods Woord en
zijn
belofte
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's