Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 441

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 441

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XLVII. HOOFDSTUK

en

andere behoeft ook

ten

eenvoudig

worden,

te

„Daar

om

het uitgaan van die sprake niet gebeden

die sprake overal en vanzelf gehoord wordt:

wijl

geen spraak noch oord, daar

is

geen volk bekend, dat

is

Van

'swerelds end, der hemelen stem niet hoort."

naam kan dus

van Gods

443

I.

komen

alleen sprake

een hede

om

ten opzichte van menschen,

en wel, nader bepaald, ten opzichte van menschen, die nog op aarde

dan Gods naam

niet anders

hon onmogelijk en voor altoos bede

menschen, op

aarde

heUigen van Gods

naam

niet een deel

is

geen sprake

Geef ons,

dat wij IJ recht

eerstelijk,

van het geheel, maar het gansche.

nog

die

kan de naam des Heeren geheiligd, maar kan

Van

genade ware af te bid-

uit

zijn,

Onder ons menschen

komen.

juist gezien

bede uitsluitend verstaat van een

die eerste

hij

door ons.

Eerst met den

toeft.

dus volkomen

is

den, en die buiten ons menschen, die nog op aarde

Voor

eeuwiglijk

omdat voor wie

of leven zullen,

de finale beslissing nog

zal,

een andere heiliging van Gods naam,

eenvoudig

is

naam onbekwaam geworden. De

we nu op aarde leven

van den Catechismus, dat

enz. Dit

zou

te ontheiligen

wie wegstierf buiten zijn Heiland

dood komt de onherroepelijke scheiding. Het

kennen

toch vallen,

worde geheiligd" kan dus niet anders slaan, dan op ons

komen

of

zijn,

gezaligden kunnen thans

De

Gods naam nóg

heiligen.

de heiliging van Gods

tot

zooals is

En

zijn.

„Uw naam

:

Ook de gestorvenen

engelen, in twee deelen uiteen.

de

evenals

te worden.

nog staan geboren

of althans

aan

tot

de heiliging

zou omgaan, kan

die op

aarde zijn

ook ontheiligd worden.

hij

ons bestaan twee mogelijkheden, voor de engelen en voor de afge-

storvenen

de

En

juist

wijl

nu

voor

mogelijkheid

dat

we

Gods

één.

slechts

zoowel

bestaan,

ons twee mogelijkheden

naam

heiligen, als de

mogelijkheid dat we dien ontheiligen, ontstaat hier aanleiding en oorzaak

we aan onszelven

voor een bede. Immers, blijven

we

zeker, dat het alleen op ontheiliging

Tot

heiliging kan het eerst komen, als

leent. is

En

juist

overgelaten, dan weten

van dien naam

God

bij

ons uitloopt.

ons daartoe de genade ver-

omdat we ten deze geheel van de genade Gods afhangen,

het gebed hier het aangewezen middel

en geeft God u op

maar ook dan

uw gebed

alleen,

zal

zijn

het

om

genade en tot

er toe te geraken. Bidt zijn

gij,

Heiligen Geest, dan ja,

„heiliging van

Gods naam" ook

bij

u komen.

Reeds verstaan

God

of

hieruit ziet ge dus, hoe de liefde voor is.

We

kunnen

van God afbidden. De

„Uw naam moet om heiliging

God

in onze

gebeden

te

niet in den eigenlijken zin des woords iets voor eerste bede heeft dus niet de beteekenis

uwentwil geheiligd worden.

van noode. Toch derft Gij

die heiliging.

Gij,

o,

En nu

God, hebt die bidden wij voor

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 441

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's