E voto Dordraceno - pagina 118
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXI. HOOFDSTUK
118 's
hemels legermacht die
hem getrouw
wie
II.
gevoerd wierd, de kroon zal uitreiken aan
strijd
bleef tot in den dood. Paulus zelf getuigt er tegen het
einde zijns levens van: „Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den geëindigd,
loop
heb het geloof behouden, voorts
ik
mij weggelegd de
is
kroon der rechtvaardigheid, welke de Heere, de rechtvaardige Kechter, mij
dag
dien
in
geven
wordt
worstelperk
Een betuiging
zal."
aan het beeld van het
die wel
maar om
vastgeknoopt,
juist
daardoor het denkbeeld
de worsteling slechts te wezenlijker te doen uitkomen. Evenzoo ver-
van
maant
Timotheus,
hij
den goeden strijd strijden moge." Aan
,^dat hij toch
de kerk van Filippi roept
moge
dat ze toch staan
toe,
hij
in
éénen geest,
„met één gemoed gezamenlijk strijdende door het geloof des Evangelies."
Van Euodia en Syntyche Evangelie."
het
in
die
Christus)
den
in
is
voor
„strijden
den
Paulus
dan
Tim.
(2
het
En
n
de
Heeren
des
belijder
een
als
leven
taak
der
van
toe,
„strijd den
zijn brief vers
(zie
Gods.
kerke
Zelfs
3)
noemt
„een soldaat" of „krijgsknecht." „Gij
3).
:
te
voeren heeft,
dan ook heel
ligt
der kerk. „Wandelende in het vleesch," zegt Paulus, „voeren
En nu komt
hij
dien krijg gehanteerd worden, en gaat dan voort:
in
geeft hij het
goed krijgsknecht van Jezus Christus"
den krijg niet naar het vleesch."
ipij
aan Timotheus
hij
In den krijg dien ze met de wereld het
naar de tverking (van
ook volgens Judas
geloof'
verdrukking,
lijd
hem gestreden hebben
Aan Epafras
kracht."
„Strijd," roept
gebede."
goeden strijd des geloofs." is
„strijdende
hij
met
tverkt
dat ze „?«?<
hij,
dienstknecht des Heeren „te allen tijde strijdende
deze
dat
getuigenis,
arbeidt
Zelf
hem
in
verklaart
onzen krijg
„krachtig door
zijn niet vleeschelijk,
God
tot
maar
op de wapenen die
„want de wapenen
geestelijk," en juist
nederwerping der sterkten." Zoo
is
daarom
het dan onze
roeping ons leven te stellen „tot wapenen der gerechtigheid" en aan te
doen
„de wapenen des lichts." Ja
zelfs
geheel de wapenrusting van een
des Heeren wordt ons voorgeteekend.
krijgsknecht
wapenrusting
Gods,
van den Duivel. Want
opdat
gij
„Doet aan de geheele
kunt staan tegen de
listige
omleidingen
hebben den strijd niet tegen vleesch en bloed,
wij
maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers eeuw.
Daarom neemt aan de
geheele wapenrusting
dezer
Gods. Staat dan,
uw
lendenen omgord hebbende met de waarheid, en aangedaan hebbende het
horstwapen
der
gerechtigheid, en de voeten geschoeid hebbende
bereidheid des Evangelies geloofs. 't
;
met de
bovenal aangenomen hebbende het schild des
En neemt den helm
der zaligheid, en het
zwaard
des Geestes,
Gods Woord."
welk
is
Deze
strijd nu, deze krijg, dien de kerk van Christus te voeren heeft,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's