E voto Dordraceno - pagina 490
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
492
om
ZOND.
dergenen
XLIX. HOOFDSTUK
II.
die de zaligheid beërven zullen. Eenerzijds
wil,
wordt dus
de eere Gods, anderzijds de zaligheid der uitverkorenen, door de Heilige Schrift
En hiermee nu
zwegen.
met
als
verband
rechtstreeks
in
met den
gebracht
dienst der engelen
omgekeerd van zekeren dienst der afgestorvenen geheel wordt ge-
terwijl
wordt gewezen,
staat het in verband dat ook in het
woorden
zoovele
op
„Uw
de bede opklimt:
als
We
mel, alzoo op de aarde."
Onze Vader
engelen, en niet op de afgestorvenen
die
wil geschiede, gelijk in
den he-
sluiten derhalve de afgestorvenen allerminst
van degenen, die in den hemel hun eigen wil verzaken en Gods
uit
goed
alleen
die
het ons zijn
goed
hoe
gedachte,
zoeken. Veeleer kennen
is,
zal,
we den
wil,
troost der heerlijke
na de afscheiding van het
als we,
lichaam, ook reeds vóór het oordeel, in den hemel verlost zullen zijn van
met Gods
dat in strijd
kunnen we inkomen
bedroeft; en ook
Gods
van
nu leven
wil verkeeren, dat ons op aarde zoo vaak de ziel
uitverkorenen,
in zalige eenswillendheid
Wezen. Alleen maar de bede: gelijk
in de heerlijke voorstelling,
dat
we
die ons voorgingen, gelooven en weten, dat ze
met het Hoogste Goed en het Eeuwige
„Uw
wil geschiede op aarde ook door mij,
hemelen geschiedt," ontleent daar haar kracht niet aan.
die in de
Die kracht, die indrijvende werking, ontleent ze uitsluitend aan het leven overmits van die engelen ons door heel de Schrift bericht
engelen,
der
hoe
wordt,
in het steeds vaardig volbrengen
zij
en hun eere
van Gods wil hun lust
en door geen enkele zondige gedachte hierin worden
stellen,
verhinderd.
De opmerking, één
lijn
gezaligden
vrij
niet
maar
dit
gevoelt,
één
houdt bier geen steek. Immers het on-
lijn
met een
gelijk,
vleugelen bij
in
dat een ieder zeer goed
leeuwerik zonder vleugelen incompleet
hoort geen lichaam,
hij
ooilam, die beide geen vleugelen hebben,;
maakt hen daarom zoo weinig
hoe de
geen
ooilam
zijn,
Als ik een leeuwerik de vleugelen afsnijd, staat
gelijk.
op
zooverre
zonde
van
bestaan van de engelen en van de afgestorven uitverkorenen
lichamelijk staat
dat toch de gezaligden in zooverre met de engelen op
staan, dat ook de engelen zonder lichaam bestaan, en dat ook de
behooren.
En
zoo ook
den mensch wel.
En
is
is,
terwijl bij
het
het hier. Bij den engel
hieruit
nu
volgt immers, dat
de uitverkorenen hun menschelijke taak en roeping dan eerst weer zullen
kunnen
uitrichten, als ze
weer hebbeu zullen wat
tuur als zoodanig hoort, en dus weer in
Daarom
wijst de
ziel
bij
des
menschen na-
en lichaam beide bestaan zullen.
Catechismus dan ook zeer terecht op het uitvoeren van
ons ambt en onze bediening. Dat ambt en die bediening nu zijn voor de engelen
waar
zoodanig,
verschijning
dat
ze
die in den regel geestelijk uitrichten, en dat,
aan menschen noodig
is,
ze tijdelijk een menschelijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's