E voto Dordraceno - pagina 544
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. LI. HOOFDSTUK
546
om
bleek
staat
II.
den vrede van ons hart te storen, of de
den
liefde voor
naaste te verkoelen. Hierin ontdekt Gods kind dan een werk Gods in zijn eigen hart. Dit
hem
niet uit niet
den Heiligen Geest. Die stemming was
uit
van nature eigen, maar
is,
tegen
om
te
vergeven
teweeggebracht.
Het
maar
zelven,
Zijn zin
zijn
natuur
is
in,
door genade in
maar
niet geveinsd,
een werk niet van de lippen, maar van het hart. Hij haat
ie
is
hem hem
oprecht.
zijn
vijand
hem lief. Hij zegent den man die hem vervloekt. Hij doet wel dengene die hem haatte. En dit alles gaat zoo van zelf, zoo ongedwongen, zoo willig in hem toe, dat hij er zelf lust in heeft, er zich gelukkig in gevoelt en er zijn God voor dankt, dat zoo heilige, hemelsche stemming in zijn maar
niet,
heeft
binnenste wonen mag. Hij kan het zoo in verukking uitroepen
van den haat
heerlijk toch, dat de prikkel
boosheid van mijn hart heeft vrijgemaakt,
er uit o,
is,
Hoe
dat
:
„Hoe
God
hoe
rijk,
mij van de
God
zalig is het toch, als
ons zoo overrijk begenadigt, dat we waarlijk van harte kunnen vergeven!"
Dat kunnen
willen vergeven, en waarlijk van harte vergeven aan
en
onze schuldenaren,
voor Gods kind dus niets anders dan een oorzaak van
is
een merkteeken van zijn kindschap, een bewijs van onloochenbare
dank,
genade, die aan zijn hart geschied
geeft
genade
buiten
niet
hij
hem
staat,
Christus Jezus
is,
nu ook
maar genade ontvangen
om
vrijmoedigheid,
bij
Hij merkt en ontwaart daaraan, dat
is.
als deelgenoot
God
zijn
te pleiten,
dig de vrucht van Christus' offerande aan zijn ziel
Onze lijk
Vader, die in de hemelen
en
dit
nu
dat mild en overvloe-
moge
bevestigd worden.
vergeef ook ons onze schulden, ge-
vergeven onzen schuldenaren.
wij
Toch geput.
zijt,
heeft,
aan de verlossing, die in
is
Er
hiermee de diepe zin van deze heerlijke bede nog geenszins
uit-
God u
ge-
schuilt
meer
nade bewees moet hier
in.
Immers
gelet,
niet enkel op het feit, dat
maar ook
dient rekening gehouden
met de
stem, die van Godswege in dat werk der genade tot u uitgaat. Gij waart
naar den heelde Gods geschapen. onkenbaar. Doch
zie,
door de genade
dat beeld weer in u op.
zich? de
Hierin,
schuld
leert
u
dit
niet
te
De zonde maakte
En
dat beeld Gods in u
uws Gods leven nu de trekken van
hoe openbaren nu de trekken van dat beeld
waar, dat er voor haat hefde, dat er voor zucht
houden,
zin tot vergeving
nu? Maar immers
dit,
van schuld in u opkomt.
dat, als het beeld
Gods
flauwt en weggaat, de haat opkomt en de wraakzucht u opzet
omgekeerd,
als
het
beeld
Gods
Zoo
onderwijst
;
u
ver-
maar dat
in u terugkeert, en weer in u opwerkt,
de haat plaats maakt voor teederheid, de wraakzucht voor zin geven.
in
om Wat
dus de Heiüge Geest in
uw
om
te ver-
eigen hart, dat het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's