E voto Dordraceno - pagina 218
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. X. HOOFDSTaK
212 krachten
I.
werken, en immers alles zou op hetzelfde oogenblik stilstaan
liet
en versterven.
wat óók van u zelven, van uw magen en lieven
Iets
Hetgeen waarvan
leven.
zij
gaten
geblazen,
is
van
slag
de
pols,
En
kracht instort.
uw
die
Of
en
uw zenuwen
ze en keeren weder tot
ge hier nog aan, vraag u zelven dan maar
daan
komt,
dat
geen
200
schrikkelijke moeite hebt
ge
uw
kwartier uurs te torsen, en dat ge
vlug
weegt,
soms
en
Wat
kunt stuwen?
raakte ze op en
persoon
spieren de
nu
is
komt
zoo
begrijpen,
„Neemt
En nu komen we
af,
stof!"
waar het van
om 20
maar
ook maar één
kilo
eigen lichaam, dat 70 of 80 kilo
op
Waar
kracht?
die
zit
die in
uw
En
terug. Gij
God
zijt.
eigen
:
„In
Hem
we."
zijn
uw leeuw
uw
hoe zult ge dan
ge wegneemt het apostoüsch belijden
leeuw, zoo ge beeldhouwer
spieren?
waargenomen ? Wie bepaalt haar maat?
ze weer terug?
we ons en
leven we, bewegen
hun
uren achtereen draagt en tegen hooge bergen op
toch
Is die ooit gezien of microscopisch
Hoe
neus-
ons zeggen, wel 50 kilo kunt vertillen,
laat
ge,
dat
uw
gevoehgheid en
de
twijfelt
:
uw
die in
nu, ge kent het woord van denPsalmdichter:
hun adem weg, zoo sterven
Gij
en
Gij leeft
bloed den klop van het hart en den
en
in
adem Gods,
de
leeft is
gij
geldt.
niet.
maakt een enkelen marmeren
God de Heere schept duizend
levende leeuwen, die hun muil opsperren en brullen dat het dreunt door
En we
woud.
het
al
hand draagt, en
eigen
zagen ten eerste dat God ze nooit uit zijn
dat als die leeuwen brullen
hand kan
leeuwen in
Maar nu komt
voor dat brullen in hier ten derde
leeuw ook gevoed moet en gedrenkt, en ook
dat
zelf
doen: „Zij
alle
wachten op
TJ
zijn
zetten, en ten andere
God de Heere de kracht
de leeuwenborst gaande moet houden. bij,
die
al die
en Gij geeft hun hun
dit
nog
moet God
spijze te rech-
ter tijd."
Zoo
blijkt dan,
hoe de Schepping vanzelf de noodzakelijkheid der Voor-
zienigheid medebrengt.
den
zoo,
zelf
duurt,
reis
mee,
om
alles
noodig
is,
aan boord komt, wat voor de maanen in den kapitein moet
of
uit
die
hij
als het
het schip te sturen en zijn doel te laten bereiken,
en in veel hooger mate nog, kon
roepen,
dat
de
dat
ware
Gelijk een reeder geen schip in zee kan zenden,
moet tevens zorgen dat
of hij
schepping
God geen Schepping
in het leven,
vloeide vanzelf de noodzakelijkheid voort,
Hij tot den einde toe die Schepping drage, in stand houde, voorzie
van wat ze behoeft en aansture op haar doeleinde.
En
dit is niet
den Heere
is
een noodzakelijkheid, die door een macht buiten
God aan
opgelegd. Integendeel, deze noodzakelijkheid vloeit uit niets
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's