E voto Dordraceno - pagina 148
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXI. HOOFDSTUK VI.
148
Loopt kerk
de
dan moet derhalre een Christenmensch behooren
alles
wel,
van
Christus,
Heiland toegebracht
is
1
doordien
doordien
2.
;
den Heere uitkomt, en alzoo voor
belijdenis van
baar en zichtbaar maakt,
in
openlijk voor de
deel deze kerk open-
zijn
die te dier
3. doordien hij zich aansluit
Woords, dat
een Instituut voor den Dienst des
hij
met andere personen
vereeniging
den Heere Jezus belijden; en
zelfde plaatse bij
van God verkoren en door den
hij
Lichaam
tot zijn
tot
er reeds
is,
of het
met
anderen helpt oprichten.
Onze ouden noemden
was
w.
d.
dat de kerk invisibilis, visibilis en formata
dit,
onzichtbaar, zichtbaar en als Instituut geformeerd of tot
z.
formatie gekomen.
Men kan in
een
dus tot de onzichtbare kerk behooren, zonder dat
zichtbare
leefde
;
zelf
nog
en ook de kerk kan zichtbaar geworden
zonder dat ze nog een formatie had erlangd. Maar liep alles wel, dan
zijn,
moest het toch behooren
tot
tot deze drie
komen.
Men moest
zijn
van de onzichbare,
de zichtbare kerk, en aangesloten zijn aan een geformeerde of opgericht Instituut. Dit
kerkformatie
maakt dan
ook, dat de formatie
ongereede kan raken, zonder dat de kerk één oogenblik ophoudt
het
in
kerk
men
zichtbaar te zijn; maar ook dat de formatie alsdan aanstonds hersteld moet
worden, en dat het derhalve van deformatie of gemis aan formatie moet
komen
van
herstel
tot
genoemd
formatie
de
men nu onzen Catechismus
Slaat
wat
iets
;
gemeenlijk
reformatie
wordt.
op,
dan bevindt men, dat van de
onzichtbare kerk gehandeld wordt in Vraag 54, van de zichtbare in Vraag 55, en van het Instituut van den
Dienst des Woords of de geformeerde
kerk in een heel andere Zondagsafdeeling,
t.
w. in
Vraag 65—85, hande-
lende van den Dienst des Woords en de Sacramenten.
De zaak
XXV
dag
der geformeerde kerk uitstellende tot onze bespreking aan Zonzal zijn
punten, die in de
toegekomen, bepalen, we ons thans derhalve tot twee
XXIe Zondagsafdeeling nog
de onzichtbare en zichtbare
kerk raken, namelijk: 1 de belijdenis omtrent de onzichtbare kerk „dat ik
daarvan een levendig lidmaat ben en eeuwig
zal blijven;" en 2 belij-
denis omtrent de zichtbare kerk, dat er zijn moet gemeenschap der heiligen.
Geheel onze Christelijke geloof
is
niet
alleen
religie
een
steunt op het geloof, en ons Christelijk
toestemming
van ver zeker dheid. Daarvan wierd
bezit telijk
geloof
ook
is
in
tot
de waarheid, maar ook een
Vraag 26 beleden, dat ons Chris-
een vast en zeker vertrouwen, dat
,,niet
alleen
aan
anderen maar ook aan mij" de heilgoederen van het Genadeverband geschonken
zijn.
Deze verzekerdheid
is
van het geloof onafscheidelijk, en zonder deze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's