E voto Dordraceno - pagina 366
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XIII. HOOFDSTUK IV.
360
van
Heere wegliep
zijn
„Hierin
:
mijn eenige
is
dat ik niet mijns,
troost,
maar mijns getrouwen Zaligmakers Jezus Christus eigen ben, die mij uit het geweld des Duivels verlost heeft!"
En
nu,
het niet goddelijk schoon, zoo wonderbaar als het goddelijk
is
om
mededoogen ons wist het
In
te zetten ?
was het: „Niet Godes eigendom, maar mijns
Paradijs
wil ik
wezen. Mijn eigen heer en meester."
En nu
het geworden: „Al mijn troost
is
is,
maar
dat ik niet mijns,
eens anderen ben, en dat mijn Middelaar Heere over mij
is,
naar lichaam
en naar ziel!"
zondaar, en daarin ligt het geheimnis, was in het Paradijs bedrogen
De
uitgekomen. Hij mlde
zijn
eigen heer en meester zijn, en verwierp
van
het
Eeuwige Wezen over
heerschappij
de
alsnu
God
Zoo had
hij
u
God
is,
maar welk eenen?
niet als zijn
Heere
willen
te
dat niet iets vreeselijks?
die
heeft;
dag
geen
dan
is
u
bedwelmt,
en
met
die nooit
van barm-
al zijn bestel
door geen tranen te verbidden. Die het
uw om
ondergang. Wiens bedrijf
u ongelukkig
eeuwige rampzaligheid
en
in
ander
gekend heeft;
harder dan het hardste in
en
aanlegt dan op
anders
derven
dan
mensch
van den Duivel.
/i(?erschappij
Satan, die nooit liefde
onvermurwbaar
is;
niets bij
is
geweten
hartigheid
en
zelf,
den
Onder
op
onder de
i.
nu toch een heer en meester over zich,
komen, zeg
over
of hij
af,
d.
zoo viel de
staan,
en dan zonder het te weten, onder Satan als zijn heere terecht
hebben, te
hij
bevond zich aanstonds in Satans macht, onder
ge dat indenkt, wat het
Als
God moet ge
„Niet onder
ingefluisterd:
God wezen," had Adam bedrogen. Want
Satans geweld,
o,
hem had
't
ge kunt als
van
hij
vrijheid recht kwijt was.
zijn
Satan, die
niet
daarom
toen dacht
te zullen wezen, maar de teleurstellende uitkomst was, dat
vrij
nu
eerst
En
zich.
erger
te
dan
storten.
amfioen,
te
En
nacht
bij
maken en
te ver-
die onder dat alles
kostelijke
droomen van
geluk u laat droomen, opdat ge eens, als die bezwijmeling en die droom
ontwaken
heeft,
uit
kermt
uw
uw
in
zoudt
in
eeuwige
gruwzaamheid, en
hij
u,
als
ge
verlorenheid, gillend uit zou kunnen lachen en bespotten in
verderf.
Welnu, slavernij
uit
verlost
die
vreeselijke
u nu de Middelaar.
Terwijl ge in dien
een
stille
stuiten.
Ge
macht, uit die verdervende en ontcerende
werking
droom aan den rand van den afgrond des
Heiligen
Geestes
wordt een oogenblik wakker.
Ge
slaapt,
komt
u plotseling die bezwijmeling ziet
waar ge
ligt.
Ge
gluurt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's