E voto Dordraceno - pagina 276
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
278
XLIVa. hoofdstuk
ZOND.
Zonder
uitgang.
mits
niet,
vermeerdering
die
de
inspanning,
men
die
van
uw
men
bevrediging
behoeften
staat
en
digd
kunnen
zeker perk niet over-
na eenige jaren van
Prikkelt ge iemands be-
is.
hem
en
Het kind heeft aan
hulp.
man met
daarin
voeding, dat
man
daarom
is
van
volstrekt
man
weer een kind gemaakt.
dan ook de grootste fout van de tegenwoordige op-
ligt
men
en
is
van behoeften bijbrengt, die
tal
van den
zelf niet bevredigen kan, heeft
Juist
zijn
duizend behoeften
punt afhankelijk
alles behoefte,
wie den volwassen
en
afhankelijk,
hem
aanwijzing, dat wie weinig behoeften heeft, zich
elk oogenblik voor moeilijkheden staat, en op elk
anderer
zijn
niet bevre-
ongelukkig gemaakt;
beweegt, en dat daarentegen de
vrijer
hem
boven
van afhankelijkheid gebracht. Het
in een staat
geen
wel
hem
dan hebt ge
worden,
toch
te ver
uitgaan, en, wat hij ook worstele, door
stand
geroofd;
behoeft
hij
schaadt dan ook
dit
dat,
blijve,
van mogelijk
er
En
is.
daarentegen op zoo onevenredige wijze, dat ze
hoeften
vrede
blijft
en altoos binnen zulk een maat
schrijde,
veel
ambitie
III.
de volken
snel vooruit heeft willen brengen, en daar-
te
door de behoeften van het leven op te onevenredige wijze heeft uitgezet.
De
thans
bovendrijvende
behoeften,
tot
stelsels
van den jeugdigen knaap, steeds meer
zelfs
En
wreed, zonder ontferming, ontziet
te
wekken
nimmer van de bevrediging van ook
wilde
al
mogelijk
zijn,
men
niet
wreed
geven.
geworden.
gewoonte,
Daar de
Zelfs
het
Hartstocht
wezen,
te prikkelen.
al zulke
kan
die behoeften sprake
behoeften
zijn.
Immers
maken, dan nog zou het volstrekt on-
arm
ons leven te
is
Dat kan de wereld
voor.
openbaarheid van het leven
In onzen Calvinistischen
maar nu
genoot;
cafés,
tijd
natuurlijk
cement
der
men
stalt
er als op ingericht
is
en
hotels
zweet zijns aanschijns
dan
gelijk
aller lot
winkels en magazijnen
geworden,
met
is
in
was het hier
dit opzicht te
lande de
dat wie een meerder deel van levensgeluk ontvangen had, dit
binnenshuis
De open
zich niet
de
dat een zoo hoog opgevoerde behoefte ook maar tot op de
helft bevrediging vond.
ons
men
om
der minvermogenden, voor wie er nooit ofte
kringen
de
in
er letterlijk op ingericht,
zijn
bierhuizen
brood
zijn
eet.
alles
om
zijn
Het
uit.
aller
De
een terging voor wie in het
is
alles
één pralen en pronken
ten koste van wie minder bedeeld
tevredenheid
wordt gestookt.
En
uit
het einde
heel zal,
is
is.
En
zoo week
ons maatschappelijk leven. zoo
God
het niet verhoedt,
dat de vlam ten leste laaie uitslaat, alleen wijl
gebod zoo vermetel
étalage in onze
begeerten te prikkelen.
men
tegen Gods
ingegaan.
En daarom wezen we het zich geven aan wat
in de tweede plaats op de vroegere tactiek, op
men
had, in plaats van altoos te hunkeren naar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's