E voto Dordraceno - pagina 530
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
530
XXVI. HOOFDSTUK V.
ZOND.
woorden
plechtige
Doop
onmiddellijk daarop den heiligen
De
had
Souvereiniteit
zijn
bekend
gemaakt,
in.
kracht nu ran dezen heiligen Doop schuilt hierin, dat de Christus,
hemel opvoer,
die ten
om
kerk op aarde met genade te voeden, goed
zijn
heeft gevonden, zekere bepaalde werkingen van die genade
vormen,
bepaalde
die
aan
we
paalde vormen ? Christus
genadewerking den Christus,
dan
onze waanwijsheid weer
in
te zijn
om
toch machtig
ook zonder die vormen zijn
genade aan wat waters of wat broods
heilige
En daarom
en waarheid.
geest
allerlei
doen uitgaan. Is het niet beneden de waardigheid van
de Christus dit wel gemeend hebben? Zijn dienst
Kan
wij
binden van een genadewerking aan be-
dat
is
binden aan
te
Hierop hebben
kerk voorschreef.
zijn
zijn,
„Waarom
merken.
te
aan
hij
overgeestelijke lieden, die
in
stelde hij
het
zij
binden?
te
een aanbidding
is
dat voor de groote schare
al,
geestelijk ingeleide kinderen
zulke
vormen
noodig
Gods
hebben
deze uitwendige vormen geen beteekenis!"
Zoo klaagt en
mort en murmureert dan ons schijn-vroom hart tegen de
heiligste instel-
den
van
lingen
Een
Christus.
wezenlijk
voor
zijn,
is
en dat we wel verre van onze
;
vreugde in nederige onderwerping aan
nog
zoo
's
zondige eigenwijsheid op
uw
overgeestelijke neiging kondt ge ook wel vragen,
waarom God ons
En kondt
van water
ge
wilt
het
lijke
en
in wijn, en het
beneden
wandelen op de
Christus
daarom
juist
stille
zeer
voor
En dan komt hierop
houden, en dat
zee,
als het veran-
en wat dies meer
u
zijn
in
wat
beter voor de
uw bedilziek
peinzen.
aflegging van al deze overgeeste-
owgeestelijke
uw Heiland
vrij gij
Toch
overleggingen,
te zijn,
liever
en van hem met
als
een
eerbiede-
dienst verordent.
de instelling van zijn heiligen Doop in hoofdzaak natuur-
neer, dat
bevolen
zelf
kan zorgen, dan
u daarom geraden, om, met
zij
gespeend kind
kerk
de
dat
zijn majesteit
nisse af te luisteren, hoe hij
lijk
want dat God
waardigheid van den Middelaar waren.
de
aannemen,
wel
waardigheid van
En
niet noodig ware geweest,
even zoowel staande houden, dat wonderen
ge
eigenlijk
zij,
niet enkel
ook nog dat
ziel
Heiligen Geest toch alle geestelijke werkingen had kunnen doen.
zijn
deren
in zoo
Kondt ge ook wel tegenwerpen, dat
lastige en hinderlijke vleesch schonk.
de Vleeschwording van het Woord
Immers,
hoede.
de ziel geschapen heeft, en waarom Hij ons behalve de
door
ziels-
Heeren wil en woord te zoeken,
weten dan onze Middelaar en Heiland.
altoos het beter willen
Wees tegen
dat juist het geloof, waarop alles
blijk,
aankomt, in ons nog o zoo zwak
heeft, hij,
hij,
krachtens
den vorm
zijn
vrijmachtige Souvereiniteit, zijn
van het doopen met water
in stand te
krachtens diezelfde vrijmachtige Souvereiniteit, besloten
heeft, een zekere bepaalde
genadewerking aan deze uitwendige daad van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's