Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 418

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 418

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

XLV. HOOFDSTUK

ZOND.

420

XIII.

God

oogenblik ruste. Er wordt dan tot den hoogen

een ieder ontzag inboezemen. Alleen

aan dat

dan zoo kort mogelijk bidde. Het

hij

nog eens recht lang

dan

door

zij

is

gesproken, en dit moet

de nabidder er op bedacht,

toch

al

storend, als de nabidder

te bidden, zich verleiden laat

om

zekere

vertooning voor de medeaanzittenden te maken.

of uren des gebeds, zijn ongetwijfeld zeer aan te bevelen,

Bidstonden,

ook

karakter

wij,

de Engelsche prayer-meetings. Dat houden van

van

geven

te

om

toespraken,

korte

kleine,

gebed

ons Nederlandsche volk nooit gelukken, aan deze het

zal het bij

al

daarna

zeven

zes,

in een kort

hoorders

een kunst die de Engelschen uitnemend, maar

te laten voorgaan, is

Toch hebben we daarom vanouds zeer wel onze

helaas, niet verstaan.

gebedsuren gehad. In Rotterdam was het dusgenaamde Gebed hiervan nog een

overblijfsel;

een

korte

een samenkomst der gemeente die kort duurde, waarin

werd gehouden, en waarin schier alleen het gebed

toespraak

de hoofdzaak was. Doch, helaas, die goede ure des gebeds heeft

onzent

meer

al

bedorven. Alles moest een preek zijn.

En dan na

men

ten

de preek

kwam een gebed als een ander gebed, zoodat het feitelijk onmogelijk was, om het van het nagebed van een andere gewone godsdienstoefening te onderscheiden. En dit nu is natuurlijk af te keuren. In een ure des gebeds moet men beginnen met een kort votum, dan een toespraak houden, die alleen ten doel heeft, om de zaak voor welke men samenkomt op het hart te binden, en zoo allen

moet van

dan

samenkomst

Wie

vinden.

wel

ook

maar

vooraf is,

op

En

het

niet

te

Gode op

te

hart

voor

God

wekken

;

veel

om met

minder

broederen

der

gelegd,

dat

men

zijn

gebed

onderzoeken, of het hun wel

om

te

geven

dat

om

voorgaat,

toch

ook

kan

invalle,

er

van

maar om azen

te

men

alle overluid

saambidden, waarin

ten slotte niet genoeg nadruk op

door de wijze en den toon van bidden het

nu

is

het eisch, dat

maar eenige oogenblikken van

zich te verzamelen en voor haar

oogenblik

niet

op een collecte

men

stilte

niet gerekt.

Dan

God

niet terstond

stilte late

gaan, opdat alle rumoer en gedruisch verstommen, en de

hebbe,

;

dragen.

meebidden mogelijk make. Daartoe

met

mogen

de broederen saam, de zaak, die

Bij zulk een bidstond nu, evenals bij

een

Het

moet men ruste

wie zulk een bidstond uitschrijven,

maar om een levensteeken

en oprecht,

eerlijk

liefheeft,

liggen. Eerst in dat slotgebed

bidstond.

waarlijk te doen

belangstelling

bereiden voor het gebed.

zulk een ure des gebeds, een gewone predikatie houdt,

in

den

vermoordt

te

het slotgebed uitloopen. In dat gebed moet het einddoel

op

alles

heel de

saam voor

ziel

te stellen.

toch leidt het

vooraf-

gelegenheid

Te lang moet

af.

Maar even

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 418

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's