Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 269

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 269

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND.

we

bestaan

zoo

neen,

Helaas,

heid.

XLIVa. HOOFDSTUK

gaande ervaring vloekt er tegen. Dat daar leent het zich niet

niet,

Dat mogen we

niet.

oogenblik van overspannen weelde der

ziel

271

II.

in

een enkel

gekend hebben, maar de door-

wil ons hart niet, dat

kan ons hart

Gods beste kinderen merken

toe. Zelfs

wel,

de zonde niet meer in hen heerscht, dat er een ander leven in hen

dat

dat

opwaakte,

begeeren

hun

en sympathie verlegd

liefde

Maar

opleefde.

zóó,

bevinden

neen,

dan ook de Catechismus betuigt, dat

gelijk

ook

zelfs

en dat er heiliger

zijn,

zij

het in zich

niet,

„de allerheiligsten hier

op aarde nog slechts een klein beginsel van deze gehoorzaamheid in zich bevinden." (Vr. 114).

Maar van

stil

dat

ze

is

dan ook dat tiende Gebod ons zoo noodig. Tal

bijna nooit in stuitende overtreding tegenover de negen

eenmaal,

en

Gods

tiende Gebod, en

ja,

Machteloos schuldig, want hoeveel ze ook veranderen

geboden.

Gebod het sluimerend

volgt eerst in den dood. Zoo wordt juist door dit

ze voor een

des

geloofs

om

komen.

niet zelven tot een geheele afsterving der zonde

schuldgevoel weer in hen opgewekt dat

Geboden

hiervoor bezwijken ze op

dat tiende Gebod leeren ze zich schuldig kennen aan

door

kunnen, ze kunnen

Dat

om-

levende, gelijkmatige zielen, kennen bijna geen schuldgevoel,

Maar nu komt dat

staan.

al

daarom

juist

en krachtig opgewekt

;

„verterend vuur" staan.

;

ze voelen

En dan komt weer de

weer

aandrift

toevlucht tot het offer der Verzoening te nemen, en tot

hem die gezegd heeft: De reinen van harte zullen God zien. En als ze dan zelf voelen en erkennen: Dit zondig drijven komt uit

mijn

wil,

niet

en niet uit mijn bewustzijn, en niet uit mijn verleden, maar

wortelt in mijn natuur, in mijn

ik,

in het

centrum van mijn wezen, dan

daalt dit schuldgevoel tot in de schuld van heel ons geslacht

en het

af,

besef breekt door, dat de toorn Gods reeds daarom op ons rustte,

omdat

kinderen van Adam, zijner verdorven natuur deelachtig, en alzoo be-

we

hoorende tot het schuldig menschelijk geslacht

zijn.

Niets dan genade kan dan redding brengen, en alleen de Heilige Geest

kan ons troosten. Die Heilige Geest die ons helpt, de

onzalige

heils

len

in

tot

fontein

te

minderen,

ons machtiger te maken.

den einde

toe,

dan draagt

om

en het opborrelen uit de fontein des

En

blijft

het dan ook zoo nog worste-

die worsteling zelve toch steeds

de vrucht, dat het in ons als in den apostel worde wie

zal

mij

ontbonden

te

verlossen zijn

van

dit

het opborrelen uit

lichaam des doods

en met Christus

te

:

!

Ik, ellendig

meer

mensch

Ik heb begeerte

wezen. Bij hem, van zonde

om vrij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 269

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's