E voto Dordraceno - pagina 228
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXII. HOOFDSTUK V.
228
om
enkel uit goochelarij verklaard te worden.
En
veeleer dient aangeno-
dat dezelfde onheilige machten, die oudtijds
men,
ken ongemeene werkingen over een Christelijk
erf,
Er mag dus
wordt.
te
de heidensche vol-
bij
voorschijn riepen, ook thans weer losbraken
Naam
waarop de
dat
ondersteld,
des Heeren steeds meer miskend
men metterdaad
werkelijkheid, d. w.
z.
verder van den Christus te vervreemden.
heet
het
bewijs
Men
dank
dit
zij
de Christenvolken steeds
Een gevaar dat
te sterker dreigt
Immers
het Spiritisme juist het geloof versterkt, in zooverre
dat
van het bestaan van een wereld aan de overzijde van
levert
het graf.
om
zich ook hierbij voordoet als een engel des lichts.
dan,
het
Spiritisme,
met een openbaring van wezenlijke booze machten,
die de ziel misleiden, en die er op uit zijn,
omdat de Satan
in dit
met een ontzettende
wat zijn algemeene uitbreiding betreft, te doen heeft
hoort dan van
mannen
meer geloofden, maar nu,
die niets
Spiritisme in al zijn vertakkingen, weer veel en velerlei uit
de Heilige Schrift met hartelijke instemming bevestigen. Zelfs ging de roep
meer dan eens
om
zijn,
uit,
God gewrocht wonder zou
dat het Spiritisme een door
ons ongeloovig geslacht weer tot het geloof terug te leiden. Strik-
ken waarin,
o,
Bedienaren
des
metterdaad,
hij
reeds zoo velen
hun
ziel
vangen
de
die
Vooral dusgenaamde
lieten.
Woords. Och, altoos nog de oude
listen
Gods Woord
vastigheid van
van Endor.
verliet,
En
verkeert te
dezen in gevaar. Hij heeft geen grond onder den voet en geen zeker steun-
en
punt,
is
nu,
Gods Woord mag
van
verschijnsel
onomwonden
hem
in
Maar wie nog op den bodem
staan, aarzelt hier geen oogenblik.
Gods
Woord
duidelijk
Ook
geteekend.
dit
Het
booze
is
hem
aangezegd, dat al zulke werking, hoe schoon ze ook schijne,
Booze
den
uit
is
hem
zoo gelukkig, dat die geesten der afgestorvenen
o,
dat lang gezochte steunpunt bieden komen.
is;
dat
God
verfoeit,
zoo een van zijn volk er zich
mee
inlaat; en dat al wat de heidenen aan deze bezweringen en waarzeggerijen
vragen, door een Christenmensch te zoeken
Laat dus elk kind van God op van onze dooden
om
zijn
bij zijn
is
hoede
zijn.
Heiland en Heere.
Niet in den terugkeer
ons te verschijnen, maar in de verschijning van den
Christus nadat Hij gestorven was, ligt voor ons de openbaring van onzen
en
God,
voorts
zullen
curieuselijk onderzoeken,
we
dingen aan de overzij van het graf niet
de
maar ons vergenoegen
laten
met wat de
Heilige
Schrift ons dienaangaande meldt.
Uit
die
stierven, ziel
Schrift
nu weten we, dat de ontslapenen,
ook in hun staat van berooving van het lichaam, toch naar de
wakker, bewust en zalig in
hun God
schap met den Middelaar oefenen. allen
die in Christus af-
En
zijn.
We
weten dat ze gemeen-
de Openbaring van Johannes geeft
grond voor de onderstelling, dat de ontslapen geloovigen ook zekere
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's