E voto Dordraceno - pagina 52
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XIX. HOOFDSTUK IV.
52
En
nu drukt de
dit
het woord
volk, een land, een natie
is,
die
volk en dat land en die natie, onder wat titel dan ook,
dat
over
heeft
met
Oosterling, die zich alles figuurlijk voorstelt, uit
Hoofd. Wie Jioofd over een
:
het volle zeggenschap.
Eeeds
moest het woord Hoofd
dit
komen,
om
duiden.
Maar
macht van
algemeene
de
er is meer.
als het
Terwijl
meest geschikt doen voorover
Christus
kerk aan te
zijn
de volken een vorst of koning wel tot
bij
hoofd gesteld wordt, maar zonder tevens in eigenlijken zin hoofd van dat volk
te
zijn,
den Christus niet
dit bij
is
macht van een hoofd over ook
het
hem
opwast en in
En
groeit.
èn dat deze macht
hem
denkbaar,
hem
die
met
hij
levens
hem
uit
macht over de kerk bekleed
alle
een vreemde
niet als
—
toekomt,
zoo
is
opgelegd,
is
er
kernachtig en duidelijk als de
derwijs
is
overmits nu in deze uitdrukking hoofd beide
hoofd
organisch
het
als
met de
niet enkel
van het lichaam der gemeente, dat
beteekenissen saamvallen, èn dat is,
is
kerk en zijn volk bekleed, maar
zijn
Hoofd
eigenlijke
Hij
zoo.
maar aan
geen uitdrukking
naam „Hoofd
der
gemeente of der kerk" de majesteit van Messias uitspreekt. Bovendien verband
in zijn
om
Hij
is
is
het volstrekt onwaar, dat de
met
de Koning der Joden,
siaansche
al
eigen
volk
uw Koning
profetie
ziener
op
i.
van
komt, en
zijn
hij
is
wordt Messias steeds
Pathmos
het schepsel het
d.
bij
den Christus
zou gemeden, en alleen zou gebezigd
zijn geestelijk Koninkrijk in het rijk der
geroepen: „Zie,
de
zijn
naam Koning
als
volk.
waarheid aan
Aan
te duiden.
het volk wordt toe-
een Heiland." In heel de Mes-
Koning
En
verheerlijkt.
als
ons Christus in zijn heerlijkheid teekent, jubelt
Lam, dat
geslacht wierd, toe als „Heere der heeren
en Koning der koningen."
We 'tzij
volk
hij
blijven
daarom aan het koningschap van Christus over
Hoofd,
hetzij
hij
Heere, hetzij
hij
genoemd wordt, op grond der Heilige
vasthouden.
Koning
Wat
is
Koning
zijn kerk,
zijner kerk en
Schrift en
Niemand weert ons den juichtoon van de
met
van
lippen:
„En ome
van Israëls God gegeven."
echter de Irenischen beweegt, om, in strijd
de uitdrukking „Koning"
op'ij
te zetten
of te
met de
Heilige Schrift,
vergeestelijken en „Hoofd
der gemeente" eeniglijk in geestelijk-organischen zin op te vatten,
komen
zijn
onze belijdenis
is vol-
duidelijk.
Zoolang ik toch van den Christus alleen spreek
als
„Koningin het rijk
der waarheid. Koning in het „koningrijk der hemelen," of mijn geestelijk
Hoofd, met wien ik in organischen samenhang
sta,
maar
dat Christus „ook Hoofd zijner kerk is" in dien zin, dat
niet tevens belijd hij
haar regeert
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's