E voto Dordraceno - pagina 247
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. X. HOOFDSTUK V. oog. Wij
gewend aan een
zijn
241
wils- en krachtsuiting
de tarwe uit de aarde groeit en de Schelfzee
dat
van Gods mogendheid,
gewend waren, zoo staan we verbaasd, er door zijn ongewoonheid, en
boeit
En
vloeit.
zoo dit nu
waaraan we niet
plotseling ophoudt alzoo te gebeuren, en er gebeurt iets is iets
dat onze opmerkzaamheid
we hebben een
teeken, een wonder des
Heeren aanschouwd.
Maar
ons
voor
dit
verrassende
wonder precies hetzelfde
ongewone nu daargelaten,
en
een gewone natuurwerking, want het
als
een
is
is
beide,
Heeren mond uitging en dat zijne knechten, dat
dat
er een bevel uit
zijn
hier de elementen en de krachten der natuur, het alzoo volbrachten.
's
Manna had
Als het altoos
geregend en er ware nooit tarwe gegroeid, dan
zou het plotseling rijpen van tarwe in de halmen, en niet het vallen van
Manna
het
voor ons het wondere
zijn.
God
Alleen, en dit worde wel in het oog gehouden.
de toovenaar, die nu eens
In
toonen.
te
God
den
redelijk,
is
dat het gewone
Hem
bij
anders
toovenaar w.
d.
bij
dit,
z.
God
is,
is
vertoont,
de gril, in
is
gebonden
ligt
hij
regel
verandering
geen
dan eens dat
omdat
God de
daarom
zijn
en de wil in
wil,
Gods Wijsheid.
in
God
Vandaar
blijft
noch schaduwe van omkeering. in
niet als
behendigheid
Hij zichzelven gelijk
dan Hij dusver wilde, kan dus
willen
is
om
en er
Zulk een
alleen veroorzaakt
worden door een hoogere schikking, een hoogere wijsheid, en de verandering
Gods
die hiermee in het willen
God
maar doordien
verandert,
maakt.
noodzakelijk
God onverhoeds met dien
En
schepsel die wijziging, dit anders willen,
zijn
ook dit weer
niet,
een onvoorzien
als
iets,
voor staat, en waarnaar Hij alsnu zijn wil regelt,
dat
verstande,
eeuwigheid
ontstaat, wordt teweeggebracht niet doordien
dit
ongewone met het gewone
waar
maar
vaste van
zijn
voorziene bepaling vond in zijn onveranderlijken Raad.
al
Uit dien Raad vloeien én de Natuurwetten én de Wonderen, en beide zijn
wilsuitingen
goddelijke
duurzaam
wil,
in dit
met
bij
Zondag
ook
het gebed de Natuur als een
gewoonlijk
twee fouten tegelijk.
Heeren mogendheid alsnu
zijn
eigen
Ook
verband reeds voorloopig besproken.
men
bij
verschil, dat Hij het
XLV afzonderlijk aan
begaat
's
dit
gewone
en het wondere slechts een enkele maal.
Ook het Gebed dat toch
alleen
bidden,
als
iets
te
de orde komt, dient bij
het gebed toch
Vooreerst denkt
men
zich
macht buiten God, waartegen men
hulpe roept.
dat buiten
En
ten tweede
God om,
uit
opkomt, en waarmee God de Heere nu zou hebben
beschouwt men
den mensch zelven
te rekenen.
Beide
is
nu
geheel ongodvruchtig voorgesteld. Als ik een lief kind heb, en vreeselijke keelziekte houdt dat kind in doodsgevaar, E.
VOTO DORDR.
I.
dan
is
die diphteritische gifstof
16
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's