E voto Dordraceno - pagina 209
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXII. HOOFDSTUK
N.N."
is
drang
om
van
overblijfsel
209
II.
onschriftuurlijlie voorstelling.
die
heel de
en wat dies meer
toe te gaan, op die graven lijkdiensten te houden,
hangt altegader met deze voorstelling saam.
En
hoort van de ruste, die thans de gestorvene in
men
als
men
heeft
voorstelling te doen.
met
weder
altoos
zij,
in graftoespraiien
zijn graf zal genieten, en
van de tegenstelling tusschen die kalme ruste in het graf en leven,
En
het graf op te sieren, veel naar de graven zijner afgestorvenen
zijn woelig
de nawerking van deze ongezonde
Reden waarom onze Gereformeerde vaderen dan ook
steeds zoo streng tegen deze grafverheerlijking zijn opgekomen. Zij kenden
geen kransen op de
kenden geen zoeken van de afgestorvenen
lijkbaar. Zij
in de graven. Zij weerden de lijkdiensten. Zijn toch, zoo zeiden ze, en te
uw
recht,
dooden
lieve
aanzijn daar boven
;
en
den Heere, zoek dan hun gedachtenis en hun
bij
zijn ze in
vijandschap tegen den Heere de eeuwigheid
breek af dan den band, die van dat oogenblik af voor u geen
ingegaan,
bekoring meer hebben mag.
Toch was het zoo
onbegrijpelijk niet, dat deze voorstelling
opkwam en
ingang vond, en ten deele heeft ze zekere waarheid.
Ze zocht namelijk haar steun in de voorstelling van den Dood geeft
En
vaderen.
tot zijn
die de Heilige Schrift
van een rust, een slaap, en een verzameld tvorden
als
hoewel het nu vanzelf spreekt, dat deze schriftuurlijke
uitdrukkingen niet anders mogen verklaard worden dan in overeenstemming
met wat
diezelfde Schrift elders zoo stellig en zoo duidelijk leert over de
zaligheid
der
men, door
ziel
terstond na den dood, zoo
is
het toch begrijpelijk hoe
altoos op die ruste en dien slaap te wijzen, allengs de belijdenis
vervalschen kon.
Doch
er
meer, en gelijk we zeiden, schuilt ook in deze ketterij een
is
maar
deel waarheid, die
Op
aarde
wakenden
is
den
dat we bestaan,
We
dood.
ontwakende
droom
met
is.
ons
we
weten wat we doen en wat er met ons er nog,
kunnen
en
leven, straks weten
we weer
slapen schijnen we voor de buitenwereld
wij
geen
er
om
heugenis
ons voorvalt, en straks
van
wat
zelfs in
den
Hieruit blijkt dus, dat er tweeërlei bewustzijn
Eén bewustzijn
vorm,
we
merken wat
dikwijls
voorviel.
van den
we
noch
niet
is
we
maar zoolang
hebben
slapenden
duidelijk
slaap zijn
weten
voor ons bestaat.
den
waarin
toestand
In
gebeurt.
dikwijls voorbijgezien
al te
de slaap een toestand, die scherp onderscheiden
dat
voorstellen
in
we
wat
den ivakenden, en één bewustzijn in
maar
er in
zelden,
bij
het ontwaken, ons
den slaap in ons omging.
En
in
zoover nu als ook ons voortbestaan na den dood een voortbestaan zonder
lichaam en dus niet
in
ons wakend bewustzijn zal wezen, bestaat er zeer
zeker tusschen den slaap en tusschen den toestand van de E VOTO DORDE.
II.
ziel
na den dood J
j.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's