E voto Dordraceno - pagina 346
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XIII. HOOFDSTUK
340
De Xlle Zondagsafdeeling En
richt.
XIIEe
de
betuigt u, dat deze Verlosser als de Christus
zaakwaarnemer
plaatsbekleeder,
I.
Middelaar
of
is,
uw
zake uit-
biedt u in de belijdenis van het
Zondagsafdeeling
„Zoonschap Gods" van dezen Middelaar de zekerheid, dat
fundament uwer zaHgheid
uitricht, dat het
uw
die heel
God
in
hij
uw
zake zóó
en voor
zelf ruste
uw
geloof onwankelbaar voorsta.
De
nu
noodzakelijkheid
van
scherpe onderscheiding tusschen dit
de
eeuwige Zoonschap van den Middelaar en ons kindschap
aan het
door ketterij verdorven
kende
Ketterij
ook
op
dit
stuk
eeuwen
alle
onze eeuw door de Groninger godgeleerden vernieuwd
God"
van
„Zoon
Immers de
als generiek.
gaat er ons in voor,
om
is,
Schrift zelve, zoo leerde
te
dag
als
zoo
ook worden
hun schepping
Adam
dien
zich voor den
mensch
Adam
God"
de zoon van
heet (vers 38). Welnu,
Hem
maar toch
;
de hoogste hemeUng. Een
altoos een geschapen
zijn
was de Middelaar ook
van hooger orde; van nóg hooger orde
wezens
of engel
te stellen."
dan ook Arius den naam van Zoon van God in
zin wilde
dier
Heere
de geslachtslijst van Lucas III in het slot
als in
en
toepassing op den Middelaar verstaan hebben.
een
„Daar was een
menschen „kinderen Gods" genaamd krachtens
alle
Adam,
uit
„Seth de zoon van in
kwamen om
de kinderen Gods
:
hij,
van hooger
Zoo worden
betitelen.
de engelen „kinderen Gods" genaamd, als het in Job heet
En
naam
verstond den
in zekeren generieken zin alle schepsel
met den eerenaam van „kinderen Gods"
orde
Arius,
door.
de kettersche gedachte van de doling der Arianen, die in
van
schepper
nooit duidelijker
is.
kerk
de
is
dan in onze eeuw, die meer dan eenige vroegere
licht getreden
dan
zelfs
alle
wezen een zeer hooge, ja ;
kettersche voorstelling, die, gelijk elk lezer ziet, ten
eenen male heel de belijdenis van het eeuwige Zoonschap omverwerpt. Kettersche leer op dit stuk dreven ook de Socinianen, die het uitgangs-
punt van Jezus' bestaan in
eeuwig
loochenden
tenis des
en
Vaders
krachtens
;
en
zijn
hem
lieten optreden
zijn
ontvangenis
vóór ;
zijn
namen
maar nu
wel gezegd:
gij
nochtans zult
6 en 7
:
zijt
gij
;
waar het
goden en
tot
gij
zijn
voortbestaan van
leerden, dat hij
verhooging Zoon van God
genaamd en
worden was. Aanknooping voor deze doling vonden
Psalm LXXXII
;
ontvangenis alleen in de gedach-
om
zijn
ze in het zeggen
de ambtsdragers in Israël heet
zijt
ambt
ten leste ge-
:
van
„Ik heb
allen kinderen des Allerhoog sten
sterven als een mensch." Voorts in den eerenaam van
„geliefde Zoon," die Jezus als Middelaar ontving
mijn geliefde Zoon,
in wien Ik mijn
naam van Zoon van God, aan
bij
den Doop: Deze
welbehagen heb." En eindelijk
in
is
den
Jezus als Hoofd van het genadeverbond,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's