E voto Dordraceno - pagina 506
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. L. HOOFDSTUK
508
met uw lichamelijken nood
het
in
I.
heden begint, dan overgaat
uw
geestelijken nood van het verleden, en zoo eerst
Wie
voor de toekomst uitspreekt.
op het verleden en
bidt, knielt
uw
behoefte aan genade
neer in het heden,
voor zich uit in de toekomst
ziet
tot
ziet
terug
en juist in die volg-
;
orde plaatste Jezus de drie beden in het tweede drietal achter elkander.
„Geef ons heden ons brood." Dan:
Eerst:
En
het verleden.'"
ten
eindelijk:
want ook
slotte,
nooden dezelfde
Immers
zelven toedragen. altoos
ons.
:
God
in alle deze
beden
in alle drie deze
is
het niet
:
mij,
maar
de bidder, die met zijn eigen nood, met den nood der
is
priesterlijk voor zijn
verschijnt.
Is hiermee duidelijk
genoeg aangewezen, welke leiding voor den inhoud,
voor de orde, en voor de volledigheid van ons gebed, in het Onze
aangegeven, dan dient thans de eerste bede van
is
En
ons gebed vinden als we in onze smeeking ons-
met den nood van heel de menschheid,
én
zijnen,
Het
moet
dient gelet, onze naaste
hierop
liefde in
„Vergeef ons onze schuld in
„Help ons tegen Satan in de toekomst.'"
naderbij
Een
bezien.
korte
opmerking ga
van deze vierde bede. In onze overzetting
ze
vorm
:
„
:
tweede drietal van
vooraf over den tekst
hierbij
luidt
dagelijksch brood," of ook in den ouderen
dit
Vader
„
Geef ons heden ons
Ons dagelijksch brood
geef ons heden." Moeilijkheid levert hierbij alleen het woord dagelijksch op.
Wij
zijn
DU aan
maal gewoon,
en
niet licht zal een
Eeeds Calvijn echter merkte Grieksch
oorspronkelijke
stelling als
andere vertaling in gebruik komen.
op, dat het
staat,
jammer genoeg, een woord, zeggen wil
Luther in zwang bracht, een-
die vertaling, die vooral
letterlijk
woord iets
dat hier in het
epi-oiisios,
zooveel brood, als voor ons genoeg en toereikend
:
met
Het
anders beteekent.
is,
dat alleen hier voorkomt, en waarschijnlijk
peri-ousios, dat overvloedig beteekent.
De
zin is
is,
in tegen-
dan hetzelfde
wat de vrome in het Oude Verbond bad: „Armoede of rijkdom geef
met het hiooi mijns bescheiden
mij niet, voed mij
deels."
Daar nu echter
dagelijksch ongeveer dezelfde gedachte uitdrukt, in zooverre dit beduidt
„het
brood
dat
voor dezen dag behoef,"
ik
is
er
geen oorzaak,
om
in
een gebed, dat ieder van buiten kent, en aan welks uitdrukkingen we van kind af gewend
opmerking niet
van
zijn,
strekte
streek
leerdheid, die
een verandering of wijziging aan te brengen.
dan worden
ook
alleen
om
te
Onze
voorkomen, dat de geloovigen
gebracht door de uitstalling van sommiger ge-
met een verwijzing naar den oorspronkelijken
tekst zoo licht
de gemoederen verontrusten. Bij
de
bespreking dezer bede sta nu op den voorgrond, dat alle ver-
geestelijking hier misplaatst en ongeoorloofd
is.
Men mag
deze bede niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's