E voto Dordraceno - pagina 233
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIII. HOOFDSTUK
menschen
groep
kleine
van
genoeg
Maar
kennen,
nabij
veel breeder
nog minder
en
ons;
om
235
I.
in aantal zijn ze, die ons
kunnen
werkelijk over ons te
ten we toch bestaan en voorkomen, en in wier bewustzijn
hebben
gestalte
oordeelen.
de kring van personen, in wier wereld van gedach-
is
we dus
zekere
En hierdoor nu vormt zich in algemeenen naam onder menschen. Ons eigen bewustzijn is
erlangd.
wat men noemt onze
zin als
een
spiegel,
waarin wij het beeld van onze medemenschen opvangen, en
zelf
worden
we wederkeerig opgevangen
onzer medemenschen. Dit maakt dat
zijn
men
over ons spreekt, dat
een opinie over ons vormt, en zoo dikwijls
zich
van
en
iets in
oordeel over ons velt. Door het uitspreken
een
trekt,
vormt zich dan van
al zulk oordeel,
van het bewust-
in den spiegel
nu van
afhangt,
menschen ons ze ze
met ons
in
op
wat
naam
onder de
zoo naamloos veel voor wijze onze
mede-
ze ons gunstig,
hebben
bedenkelijke
hun macht hebben. Beoordeelen
op, en
schenken ze ons alzoo een goeden naam, dan verrijken
met wat naar
ons
of slechten
genoegzaan
blijkt
naam
komt.
tot zekere vastheid
Daar nu van dezen goeden ons
die opinie
lieverlee zekere vaststaande
voorstelling over onzen persoon, en het is alzoo dat onze
menschen
men
ons de aandacht
luid
van de Schrift beter
dan
is
olie.
Maar
ook,
ons ongunstig, hebben ze iets op ons tegen en geven ze ons alzoo
zijn ze
een slechten naam, dan breken ze daardoor ons geluk. Hierin nu zou niets zoo de vierschaar van deze pubheke opinie zuiverlijk en naar de
steken,
waarheid in het binnenste oordeelde. Maar natuurlijk dat kan ze
moet wel op den
dat ze niet
door
in
machte
bij
is,
om
een
niet.
Doch
niet alleen,
een rechtvaardig oordeel te vellen, en daar
zoo menig geval veel te gunstig, en in menig ander geval veel
door
opzettelijken
concurent,
van
een
toeleg.
Die opzettelijke toeleg kan uitgaan van
tegenstander, van een persoonlijken vijand, die
zich op ons wreken wil, of er belang bij heeft,
kan ook uitgaan van uzelven,
andere
delijk
streven
aan
en
bij
en alzoo
ontzettende
om
ons te drukken.
Maar
ge met opzet het ééne doet en het
uw medeburgers
een gunstiger indruk van uzelven te
bedekken. Of ein-
er in de publieke opinie zelve drijfveeren werken, die tegen
bedoelen
Voegt hier nu
misverstand,
als
wat een ongunstigen indruk geven zou
kunnen
stellen.
rijzen,
om
laat,
te geven, of
uw
Ze
ongunstig oordeelt, maar ook wordt ze niet zelden op een dwaalspoor
geleid
hij
niet.
moet wel rusten op een ont-
indruk: harten en nieren proeven kan ze
vangen
te
schijn afgaan, haar oordeel
bij
ingaan, al
vergissing,
uw
en
daarom zich vijandig tegenover u
hetgeen ook zonder opzettelijken toeleg, door bij
ongeluk
den
schijn
tegen u kan doen
beeld in ongunstig daglicht plaatst, dan beseft ge wat
macht uw medemenschen door
die publieke opinie, d.
i.
door
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's