E voto Dordraceno - pagina 23
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND.
IV
waar
9,
:
God, en waar de apostel de geloovigen dringend vermaant,
volk van
brief aan de
Het komt
Hebreen bedoeld
dit apostolisch
is,
juist te vatten,
in
is
„Daarom heb Ik gezworen
XCV
Psalm
zingen,
Hem
aanbidden en zich
te
Hem
de
dezen
stellen.
Dit
gemaakt
mijne ruste
Jehova ;
waar
lof te
en zulks wel
heeft, zoodat Hij onze
de schapen zijner hand. Toch
zijn, ja,
God haat en
zijnen uit
wat gebeurd
om
er toe neigt,
is
dan had, na de verlossing
ooit
zij in
om
11,
het menschelijk hart zoo verregaande, dat het van
van
blijkt
XCV:
geheel over te geven
die ons
is,
en wij het volk zijner weide boosheid
nature
Zoo
een lied dat opwekt,
is
op grond daarvan dat Hij het
is
door het recht verstand van
mijnen toorn, 200
in
ingaan.
is
om
den Hebreërbrief het beroep op Psalm
zullen
God
om
dus maar op aan, hetgeen hier in den
er
woord, een helder inzicht in den eeuwigen Sabbath te erlangen.
Uitgangspunt :
25
IV.
dat er nog een ruste (een Sabbath) overblijft voor het
staat,
in die ruste in te gaan.
staat
XXXVIII. HOOFDSTUK.
zich tegen
Massa en Meriba
bij
Hem
te
in de woestijn.
Egypte, heel het toenmalige volk
uit
den Heere achteraan moeten kleven. Maar het tegendeel geschiedde. Het volk
murmureerde
toentertijd
en
gehad aan
verdriet
deed
God
zijnen
verdriet aan.
En
dit geslacht
zijn
zij
;
zoo
zij
in
Hieruit
heeft
een volk dwalende van hart, en
kennen mijne wegen niet; en daarom heb Ik gezworen
zij
nu
dit
Jehova derwijs vertoornd, dat Hij sprak: „Veertigjarenheb Ik
mijtte ruste zullen ingaan
nu
de apostel
leidt
om God
dat het gevaar
af,
in
mijnen toorn,
')."
te
verzaken nog
altoos groot blijft, en dat uit dien hoofde ook de geloovigen des
Verbonds steeds
waken en
te
te
om
strijden hebben,
niet,
in de woestijn, zichzelven door ongeloof buiten de ruste
Nieuwen
evenals Israël
Gods
te sluiten.
dan metterdaad nog een ruste Gods
Hierbij echter rees de vraag, of er
bleef aangeboden, waartoe de Christenen
konden ingaan. Aan Israël
in de
woestijn was de ruste aangeboden, die hen in Kanaitn wachtte. Die ruste
had
het
ingegaan;
toenmalig
Israël
maar gestorven
verbeurd in
;
het
was deswege
niet in Kanaiin
de woestijn. Maar hoe kon er thans nog
sprake zijn van het ingaan in de ruste Gods, daar immers de Christenen niet
meer
in de woestijn rondzwierven, en er
geen sprake meer
Psalm XCV, gezongen
viel ?
die zooveel
Tegen
van een intocht in Kanaan
bedenking nu beroept de apostel zich op
die
eeuwen na den intocht
in
Kanaan onder Jozua
en door God aan den Psalmist was ingegeven. In dien Psalm
toch roept de Heere zijn volk toe zoo verhardt
uw
harte niet, gelijk
:
„Heden, zoo
uw
vaderen
gij
bij
mijne stemme hoort,
Meriba deden." Dit nu
zou geen zin hebben gehad, indien niet ook in Davids dagen de ingang in de ruste ')
Gods nog had opengestaan. Hier
In het Hebreeuwscli staat hier het woord Sabbath.
volgt dus uit, dat de aanbie-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's