Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 23

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 23

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND.

IV

waar

9,

:

God, en waar de apostel de geloovigen dringend vermaant,

volk van

brief aan de

Het komt

Hebreen bedoeld

dit apostolisch

is,

juist te vatten,

in

is

„Daarom heb Ik gezworen

XCV

Psalm

zingen,

Hem

aanbidden en zich

te

Hem

de

dezen

stellen.

Dit

gemaakt

mijne ruste

Jehova ;

waar

lof te

en zulks wel

heeft, zoodat Hij onze

de schapen zijner hand. Toch

zijn, ja,

God haat en

zijnen uit

wat gebeurd

om

er toe neigt,

is

dan had, na de verlossing

ooit

zij in

om

11,

het menschelijk hart zoo verregaande, dat het van

van

blijkt

XCV:

geheel over te geven

die ons

is,

en wij het volk zijner weide boosheid

nature

Zoo

een lied dat opwekt,

is

op grond daarvan dat Hij het

is

door het recht verstand van

mijnen toorn, 200

in

ingaan.

is

om

den Hebreërbrief het beroep op Psalm

zullen

God

om

dus maar op aan, hetgeen hier in den

er

woord, een helder inzicht in den eeuwigen Sabbath te erlangen.

Uitgangspunt :

25

IV.

dat er nog een ruste (een Sabbath) overblijft voor het

staat,

in die ruste in te gaan.

staat

XXXVIII. HOOFDSTUK.

zich tegen

Massa en Meriba

bij

Hem

te

in de woestijn.

Egypte, heel het toenmalige volk

uit

den Heere achteraan moeten kleven. Maar het tegendeel geschiedde. Het volk

murmureerde

toentertijd

en

gehad aan

verdriet

deed

God

zijnen

verdriet aan.

En

dit geslacht

zijn

zij

;

zoo

zij

in

Hieruit

heeft

een volk dwalende van hart, en

kennen mijne wegen niet; en daarom heb Ik gezworen

zij

nu

dit

Jehova derwijs vertoornd, dat Hij sprak: „Veertigjarenheb Ik

mijtte ruste zullen ingaan

nu

de apostel

leidt

om God

dat het gevaar

af,

in

mijnen toorn,

')."

te

verzaken nog

altoos groot blijft, en dat uit dien hoofde ook de geloovigen des

Verbonds steeds

waken en

te

te

om

strijden hebben,

niet,

in de woestijn, zichzelven door ongeloof buiten de ruste

Nieuwen

evenals Israël

Gods

te sluiten.

dan metterdaad nog een ruste Gods

Hierbij echter rees de vraag, of er

bleef aangeboden, waartoe de Christenen

konden ingaan. Aan Israël

in de

woestijn was de ruste aangeboden, die hen in Kanaitn wachtte. Die ruste

had

het

ingegaan;

toenmalig

Israël

maar gestorven

verbeurd in

;

het

was deswege

niet in Kanaiin

de woestijn. Maar hoe kon er thans nog

sprake zijn van het ingaan in de ruste Gods, daar immers de Christenen niet

meer

in de woestijn rondzwierven, en er

geen sprake meer

Psalm XCV, gezongen

viel ?

die zooveel

Tegen

van een intocht in Kanaan

bedenking nu beroept de apostel zich op

die

eeuwen na den intocht

in

Kanaan onder Jozua

en door God aan den Psalmist was ingegeven. In dien Psalm

toch roept de Heere zijn volk toe zoo verhardt

uw

harte niet, gelijk

:

„Heden, zoo

uw

vaderen

gij

bij

mijne stemme hoort,

Meriba deden." Dit nu

zou geen zin hebben gehad, indien niet ook in Davids dagen de ingang in de ruste ')

Gods nog had opengestaan. Hier

In het Hebreeuwscli staat hier het woord Sabbath.

volgt dus uit, dat de aanbie-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 23

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's