E voto Dordraceno - pagina 334
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
;
334
ZOND. XXIII. HOOFDSTUK VII.
Gods
in zijn kerk en zijn toepassing er
toch
gaat het eeuwige werk
Gods wel
van op de enkele personen. Dan in
den
tijd in,
en
dus aan de
is
opeenvolging van oogenblikken gebonden.
Nu
met deze zaak
het
staat
Gods, ons toevloeit uit den Raad der behoudenis. Niet
elke
genadegifte
één
Gereformeerde
is
Raad
heeft
den
in
Raad der behoudenis
gesteld wordt,
God de Heere van eeuwigheid met zeker voornemen
dus, dat
dit
om
vastgesteld,
iets
In verband met de uitverkiezing, die evenzoo
lag.
Gereformeerden
alle
beteekent
staande houden, dat de rechtvaardigmaking
zal
dat buiten dezen
door
dat de rechtvaardigmaking, evenals
zoo,
rechtvaardigen
te
al
wie gelooft,
maar bepaalde
personen, die Hij verkoor, in die rechtvaardigmaking besloot. Niet slechts
van rechtvaardigmaking lag dus
denkbeeld
het
in
de bestemming van die rechtvaardigmaking voor
dien Raad,
alle
maar ook
uitverkorenen, hoofd
voor hoofd. Hieruit volgt dus dat alle deze uitverkorenen, wijl Gods
van
is,
eeuwigheid
gerechtvaardigden
als
al
Raad van eeuwig
Hem
voor
staan in zijn
eeuwige eindaanschouwing.
Moest nu deze
, rechtvaardigmaking"
maken van wat
recht
in
Roomschen
zin opgevat als een
krom was, dan zou deze „rechtvaardigmaking"
in ons
op ons persoonlijk eerst toepasselijk worden van het oogenblik
band
de
aan ons
en het
lêi
kromme
met de
Vergelijk het slechts
is
bestemd
een
God het
daad
kan
brengen, ons
God
vloeit uit
den Raad der behoudenis ;
en
van eeuwigheid. Maar overmits de inplanting des nieuwen ons persoonlijk een verandering moet teweeg
die in
is
ze
grijpen in den
plaats
eerst
wederbaart door
dan
er
dat
voor alle uitverkorenen en voor de uitverkorenen alleen
uit dien hoofde
levens
af,
metterdaad rechtgezet was.
icedergeboorte, en het zal u duidelijk zijn.
Ook de inplanting van het nieuwe leven is
in ons
tijd,
op het oogenblik dat
Heiligen Geest. Alle Gereformeerden zijn
zijn
ook over eens, dat we niet wedergeboren
zijn,
zoolang
God
de Heere dit wonder niet in ons gewrocht heeft.
Zoo
echter
staat
gevoelen
terstond
ge of
„rechtvaardigj'frA-?rt;7'H5f
woord is
een
met de rechtvaardigmaking
het
zoo
„rechtvaardigtHa!/,-/H(jr"
minder
juiste
voor
„rechtvaardigmaking"
rechtvaardig«^fZ/««(/ is
in
Dat
niet.
zult ge
het juiste woord
plaats
schrijft.
Het
ons uit de Roomsche theologie toegekomen,
vertaling van de uitdrukking, die in het Grieksch
van het Nieuwe Testament wordt gebezigd, en heeft
tot veel
misverstand
aanleiding gegeven.
Wij zeggen daarom Straks
zullen
we
duidelijkheidshalve
niet,
zien,
dat het woord „rechtvaardigOTrtA-in^r"
weg moet.
dat het zeer goed kan behouden worden.
beginnen
we
met
er
Maar
„rechtvaardig^^?//»!;/" voor in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's