E voto Dordraceno - pagina 552
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. Lil. HOOFDSTUK
554
om
bereid verklaart,
ten
evengoed uit
van
Gods almacht
in
genoegen het bewijs
levert,
uit ongeloof
als
dusgenaamd
kan
dit
God ons
indien
om
oude dagen een bijzondere be-
in
is
God de Heere gedurig met in de wereld te
zijn heil
wónder-
zijn
doen uitgaan. Deze
bijzondere bedeeling heeft geduurd van de dagen van het Paradijs
op het wegsterven van
's
Maar
is.
verzoeken van den Heere ook voortkomen
de bedeelingen der genade. Er
deeling van genade geweest, toen trad,
gaan gelooven,
te
dat Hij waarlijk de Almachtige
Dit spruit meestal voort uit een verwarring
overgeloof.
macht tusschenbeide
I.
af, tot
Heeren Apostelen. Daarna hield deze bijzondere
bedeeling van Gods wondermacht op, en ze zal eerst weer ontsloten worden,
om
de Christus wederkomt op de wolken,
als
het
der heerlijk-
rijk
heid te doen ingaan. In de dagen waarin wij leven bestaat dus die bedeeling
van Gods wondermacht
wedergeboorte felijke
en
Wel gaan de
niet.
bekeering van de
ziel
door,
geestelijke
maar de uitwendige,
wonderen hebben opgehouden. Hierin nu was en
is
machtig. Hij betoonde zijn wondermacht juist zoolang als
van
voering
betoonen, Hij die
Kaad noodig
zijn
Raadslag
als zijn
in,
en
is
wonderen van stof-
de Heere
vrij-
voor de uit-
dit
was. Hij zal die wondermacht nogmaals
zijn voleinding tegengaat.
Maar thans houdt
het zijn bestel en raadslag, ons te laten wandelen in den
gewonen weg der middelen.
Doch hiertegen komt nu het Gods
ordinantie zijn
God
dat
ziet
noodzaken.
Men
zet
niet
dermacht
zal
te
ziet niet in,
dat niet doet, nu wil
wil zich
aan die
waarom God de Heere
men God
En
het gevaar
als wij
hiertoe
dwingen en
en trotseert het gevaar,
opzij, tart
maar aandurven, wel
moeten wijzigen, en nogmaals ons ten behoeve
moeten hernieuwen. Zulk overgeloof
zal
Het
onzen behoeve zou kunnen betoonen.
dan de middelen
en acht dat God de Heere,
voornemen
Het
niet onderwerpen.
wondermacht ook
nu men
overgeloof in verzet.
is
zijn
zijn
won-
dus niets anders, dan
dat wij weigeren ons aan Gods bestel te onderwerpen, en dat wij in plaats
van
waar de Heere ons
te volgen
zelven de teugels in handen willen
leidt,
nemen, eigendunkelijk onzen eigen weg willen gaan,
God dan wel wel niet.
het
zal
moeten toegeven, en
tusschenbeide
En
als
zal
ter wille
er op rekenende, dat
van de eere
zijns
Naams
moeten treden. Natuurlijk doet de Heere dat dan
nu de uitkomst
hooggespannen verwachting van
niet aan de
overgeloof beantwoordt, dan slaat het overgeloof opeens in ongeloof
om, en geeft nu aanleiding dat Gods
Naam
dingen niet begrijpen, gelasterd wordt.
beschaamd
ge
met uw
De
bij
wie buiten staan, en deze
wereld zegt dan: Zie nu, hoe
geloof uitkomt. Die almacht, die
Nog bij het kruis zoo kom af van het
riep het spottend volk
de Zoon Gods
kruis,"
zijt,
in
gij
vereert, bestaat niet.
:
uw God
„Indien
maar Jezus verroerde
gij
zich
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's