E voto Dordraceno - pagina 147
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. LXI. HOOFDSTUK
149
III.
beelding van zelfgenoegzaamheid opgeve, en in een anrler persoon de nood-
van
aanvulling
zakelijke
ongenoegzame
het
nu ware ondenkbaar zoo geheel anders
zoeke,
zichzelven
man
niet
man
heel anders dan een vrouw,
daarom kan de een den ander geven wat een van verschil
ming noch
huwen
de
uit
die te veel
den
scheidenden
veel
van
andere
maar het kan
niet
onvruchtbaar.
elkaar
dat tot
En
Van
veel op elkaar.
De zegen
ontbreekt er aan.
schijn een huwelijksleven,
nog
Nu
niet.
te
nu verbiedt het huwelijk onder gelijk,
te veel
loopen te weinig uiteen,
één bloed, en missen daardoor
geeft
hun geen
zijn.
Beider bloed
is
ia
het niet.
is
Maar hiermede
hier dus niet onzeker.
rijst
Ze leiden wel
kroost.
maar een huwelijk voor God
toch
ontbreken dat
daar de onvruchtbaarheid in hun geslacht.
God
Het algemeene standpunt er
zijn
hebben
blijft
het schuilt wel in hen,
liever,
grondslag van alle huwelijk moet
gelijkt te
ge
te
komen. Geestelijk blijven ze voor
ditzelfde
juist
zijn te veel hetzelfde soort,
juist dat verschil, dat
Of
ontwikkeling
Bloedverwanten
bloedverwanten.
om
Ze hebben saam
en aan beiden
is,
missen.
ze
en uit het
en waar twee
gij,
over en weer onmachtig
in ontwikkeling te brengen.
wat aan beiden gemeen
menschelijke,
dan
zijn
zijn ze
Het
zichzelf niet heeft.
niet uit de overeenstem-
juist uit de ongelijkheid
moet anders
zal,
op elkander gelijken, factor
komt
liefde
maar
gelijkheid,
Wie met u huwen
verschil.
De
dus veronderstelling.
is
Omdat een vrouw
en vrouw verschilden.
dan een man, en een
is
met de roeping om
tegelijk
in die andere persoon op zijn beurt te vervullen. Dit
zijt
de vraag, hoever gaat dit? Tot in den
men dit op den zevenden men deze zeven graden, die
hoeveelsten graad ? In de Middeneeuwen bracht
En
graad.
dat
niet
alleen;
maar doordien
oorspronkelijk gerekend waren naar de graden van het
nu naar de Germaansche rekening der graden ging verwantschap noodzaakte
konden
feitelijk
tot
hoofde
of
gezien, dat
uit
kerken geen vaste zijde
der
men lijn
van
publiek
belang.
later deze grenzen
meer aangeven,
Overheid noodzakelijk;
is
al
bloedverwanten in de eerste drie graden geldt
het,
werd de bloedte
ver,
en
Het
was
tenzij
daarom
bij
vor-
volkomen
enger trok. Maar vooral nu de
op blijft
dit
punt vaste regeling van
voor wie aan Gods
vasthoudt ook zoo nog altoos het beginsel gelden,
kerd
recht,
eindelooze dispensatiën, die zelfs tot in den derden graad
sten
lijk
tellen,
nog verder uitgebreid. Dit nu ging veel
gegeven worden; niet in den eersten en tweeden,
juist
de
Eomeinsche
om
te mijden.
Woord
huwelijken tusschen
Vooral
bij
het huwe-
dat een iegelijk in zijn eigen consciëntie ten volle verze-
zij.
Een
korte bespreking van Lev.
XVIII: 16 en 18
mag
hier niet achter-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's