Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 542

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 542

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. LI. HOOFDSTUK

544

III.

DERDE HOOFDSTUK. Gelyk ook wij vergeven onzen schuldenaren. Matth. 6. 126.

We

komen thans aan het slot van de vijfde bede. Dat slot houdt in, dat we bidden om vergeving onzer schulden, gelijk een bijvoeging, die maar al te vaak mis icij vergeven omen schuldenaren ;

werd verstaan,

bedoelde Jezus, dat

als

Heeren afsmeekten. De

op grond van onze eigen ver-

wij,

vergevingsgezindheid

gevingsgezindheid,

van

onswaarts

te

zin en bedoeling zou

dan

zijn, als

de zijde des

bad Gods kind

„Gelijk ik mijn schuldenaren vergeef, vergeef Gij zoo ook mij."

Dat

nu de bedoeling van deze

dit

bede niet

vijfde

zijn

kan, volgt

uit

geheel den inhoud der Heilige Schriftuur, die ons altoos en overal leert,

dat we onze gebeden niet doen rusten op

maar

zijn,

eeniglijk

ome

gerechtigheden, diegeene

op het zoenoffer van Christus en op de beloften Gods.

voorstelling, alsof onze eigen vergevingsgezindheid de grond zou zijn

De

waarop

wij

de vergeving van onze schulden inriepen, werpt alzoo geheel

de Schrift omver, vertreedt het bloed des Zoons van God, en hoort niet Christelijke kerk thuis,

de

in

mag

noch

mogelijk. Heel de Schrift zou

germate

maar

haar vijanden.

bij

Op

men omver moeten

werpen,

punt kan

dit

ook maar één oogenblik aarzeling bestaan. Twijfel

hier on-

is

om maar

eeni-

aan deze onchristelijke gedachte ingang te geven. Ze moet

uit-

gebannen, weersproken en weerstaan. heeft deze tegen-Schriftuurlijke uitlegging van de vijfde

De Catechismus dan

bede

voorlei:

ook

bij

„Alzoo

den

ook wij

wortel afgesneden, toen dit getuigenis

dat ons gansche voornemen

Dit nu

De

eerste

is juist

om

hij

ons deze uitlegging

uw genade

in ons bevinden,

onzen naasten van harte

te

vergeven."

het tegenovergestelde van wat de eerste uitlegging wilde.

meende

uitlegging

waarop onze bede

is,

van

om

den mensch zekeren grond

in

te

vinden,

vergeving rusten zou, terwijl de Catechismus, juist

omgekeerd, in het kind van God, dat alzoo bidt, niets anders vindt, dan een bewijs en merkteeken van

Gods genade. Wel terdege

volgens den Catechismus, sprake van

en hierin

van door alzoo

Gods

ligt al

kind

iets

is

er dus, ook

dat in het hart aanwezig

is

;

maar,

het verschil, hetgeen op zulk een oogenblik in het hart

aanwezig

is,

Gods genade, tegen

met dat zeggen

:

zijn

was

niet uit

natuur

„gelijk

wij

in,

hem

zelven opgekomen,

in zijn hart ingebracht.

maar Er

is

vergeven onzen schuldenaren," geen

sprake hoegenaamd van eigen verdienste des menschen, noch ook van iets

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 542

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's