E voto Dordraceno - pagina 442
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
444
U
XL VII.
ZOND.
van
en
De Heere
bidden.
onmisbaar
is,
vermogen
niet.
weet
gebed,
dan
het weten, en ontzegt
moet
voorop
aan ons door God
dat
wij
gaan,
en
is
blijft
naam
Hem
zijn
uit liefde
het toch altoos een
mocht geschonken worden.
iets
het een nood in ons, die tot bidden
Nu
niet als iets behoevende. Hij
voor de heiliging van zijn
Neen, ook waar in ons gebed dat gebed, hetwelk
God opkomt,
voor
is
En wat
beter
Hij
I.
moge worden." Zoo kan noch
deel
God
onze
de algenoegzame in zichzelf.
is
uw
U, dat die heiliging
mag iemand
HOOFDSTUK
Altoos
is
uitdrijft.
intusschen tweeërlei nooden die we in ons bemerken, nooden
zijn er
leemten en behoeften, die door de liefde voor onzen God in ons ont-
en
waard worden, of wel nooden, leemten en behoeften, die ons
onzen naaste
en
zelven
veroordeelt
in deze eerste bede
God
die tot
ziel,
naam moet breekt,
omdat
in
Ge
geheiligd worden.
uzelven
Dit nu laat u geen rust noch duur,
naam u
Gods naam
zoo schoon en heerlijk en begeerlijk
Hem om
hulpe,
aanroepen, waardoor ook
steld worden, te werken.
om
gij,
om
ook zelf beter dan dus-
mogen meewerken. Toch bevindt
En nu
genade.
gaat ge in het gebed
Hem om
die
hooge
ziels-
en met u anderen, in staat zult ge-
op actieve wijze tot die heiliging van Gods
naam worde
„L^w
te
u ontbreekt.
hiertoe de kracht in
uw God, Hem om
kracht
ont-
bespeurt telkens, hoeveel hieraan ont-
en in anderen.
van Gods
ver tot die heiliging van
tot
uw God
doet roepen. In u leeft de klare overtuiging, dat Gods
die heiliging
hoe
en hetgeen u zoo telkens
het dus een nood, een behoefte van de eigen
is
toeschijnt. Lust en zielsdrang ontwaakt in u,
ge,
;
u en in u gevoeld worden.
staan, zoo bijna niet door
Ook
ons opkomen
in
dat die nooden, die uit de liefde voor
juist,
is
van
uit de liefde
naam mede
geheiligd," beteekent dus niets anders,
dan
deze bede: „Geef mij, en verleen anderen, die genade, die wij menschen
behoeven,
zal
het
ook
bij
en onder ons
ons
tot
een heiliging van
uw
naam komen."
Wat
die
naam
en wat dat heiligen beteekent behoeft
gebed, en dat alleen, aan de orde uitlegging bij
ware
hier
is,
niet breed uitgelegd.
zelfs niet ter plaatse,
noch
bij
hier,
waar het
Zulk een breede
de predikatie, noch
de toelichting van den Catechismus. Die breede uitlegging hoort elders
thuis, niet hier, en zou bij
gebed
aftrekken.
Eenmaal
de behandeling van het gebed slechts van het
aan
het
Onze
Vader toegekomen, moet en
predikatie en toelichting zich uitsluitend op het bidden richten, en zich ten doel stellen
om
het
God
gevallig bidden, en hiermee de reinheid
en den
rijkdom van het gebedsleven onder de geloovigen te bevorderen. Meer wijze
van
herinnering
volsta
daarom
de opmerking, dat de
Naam
bij
des
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's