E voto Dordraceno - pagina 16
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND.
10
tempel
En
Gods.
zijns
I.
HOOFDSTUK
II.
valt zoo door deze reformatie
van ons bewustzijn
de scheiding tusschen leven en godsdienst weg, tevens wordt er de moed,
de
niet gedeeld en geslingerd als een bare der zee,
van
heid
Wie
persoonlijke ontwikkeling machtig door gesterkt.
de
wilskracht,
maar in de
volstrekte een-
bewustzijn wandelt, in dien komt karakter, die weet waar
zijn
op af gaat, die kan de krukken wegwerpen, die trekt voort in vrome
hij
met een onverwinbren
zelfstandigheid,
Zoo
dan
lag
vaderen hun schoone historie niet naast hun
onze
bij
dorst naar vrijheid in het hart.
Catechismus. Neen uit hun historie was de Catechismus en wederom uit dien Catechismus
Omdat God
is
hun
historie voortgekomen.
mannen had gemaakt, ging hun oog voor de
ze vrije
heer-
lijkheid der gereformeerde religie open, en toen ze die gereformeerde religie
Gods
door
genade
ontvangen
hadden,
drong die zuivere, heldere, echt
menschelijke belijdenis hen op heilige levenspaden en wist hun de geesten te onderwerpen.
Maar bovendien
die kloekheid
en beslistheid wierd eveneens bevorderd
door wat de Catechismus in de derde plaats sterk uit doet komen, geheel
t.w.
de
uitnemendheid en het absolute of volstrekte karakter van
eenige
onze Christelijke Religie. Hij drukt dit uit door het woordeke „éénige".
Niet een religie naast andere religiën, noch ook een
religie, die
als
de
hoogste,
alle overtreifen zou,
maar een
icare
en tegen welke
andere als valsche nabootsingen of verzonnen
is
alle
en eeniglijk de
religie die alleen
geloofsvormen overstaan.
Ook
vol
dit
punt
vaderen
onze
houden,
te
omdat
is
van gewicht, omdat
zulk
juist het
én
een in
juist deze absolute beslistheid
om
onverwinlijke kracht instortte,
én den
aan
strijd
dien strijd de geesten te boeien en niet minder
gemis van deze besüstheid de kanker
is,
die ons tegen-
woordig geslacht ontzenuwt.
hebben onze vaderen gezegd (en ook onze Catechismus beweert
Nooit
dit ganschelijk niet)
Integendeel,
ook
bij
dienden.
dat alleen de Gereformeerde Religie kan zalig maken.
steeds hebben ze erkend, dat er volken en kerken zijn, die
minder
licht
en met minder talent toch wel terdege den Heere
De waarheid kan
ook „onder een deksel" en dus ook ten deele
nog met onware gedachten vermengd liggen. Vandaar dat ze nooit hebben geaarzeld,
om
ook de Luthersche broederen en later de Doopsgezinden en
zoo vele anderen, als deelgenooten van het Rijk Gods te erkennen.
hebben de Lutherschen ter
te Leipzig Calvinisten,
omdat
dood gebracht en aan arme bannelingen, die
Wel
ze Calvinisten waren,
heil in
Hamburg
en De-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's