E voto Dordraceno - pagina 41
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND.
HOOFDSTUK
II.
namaak, die uitwendig opgeschilderd
maar dat nut
is,
tot
Op den
zuiver „geestelijk" werk.
En
kaf verworpen.
En
nu
niet in het hart
;
eer
die giftige, die bittere wortel van
den
de wortel van den haat.
haat
in dat hart zoo krachtig en groeizaam, dat hij,
afgesneden,
weer
altoos
En
levens.
opkomt.
komen
uit dat hart
u
hart
dat
uw
hoe dikwijls ook
de oorsprongen des
zijn
Heiland, dieverijen, dood-
genaamd.
om
nu het punt, waarop de Wet u raken moet,
dit is
van heel uw persoon en staat voor God den Heere,
gelijkheid die
In
voort, zegt
slagen, en al wat er boos wordt
En
de
De Wet
wortel der liefde geteeld, of als nutteloos
die wortel der liefde is
zie,
tiert er is
niets.
ea neemt dus ook met niets minder vrede dan met een
„geestelijk"
is
35
III.
keel
uwer
toenijpt, in
ziel
u de onmoals
een strop
den angst van duizend dooden
te
doen gevoelen. Niet, dat behoeft er ternauwernood bijgezegd, alsof de
genade een ophoudende kracht had, en
rechtschapenheid
uitwendige
ze zeer zeker, én in streken én
het
verschil
Voor
in
den zondaar
bij
Wet weg
volken, waar de
Dat doet
houden.
uitwendige eerbaarheid des levens maar
regel dezer
Wet,
o,
men
volk ontrooft, indien
Wet
zoo veel
en weet
;
de klem van die
al
is,
men
ziet
duidelijk.
te
men
Wet
Het moet
Wet
niet wat
men aan
des Heeren er van
We
zijn
thans aan
God en voor de eeuwigheid. En
in haar geestelijk bedoelen voor
dan komt de
iegelijk,
zekere mate van
bij
te
wegneemt. Maar daarvan wordt thans niet gehandeld. de
ook niet door
aardsche leven en voor ons huislijk en burgerlijk bestaan danken
dit
we aan den zijn
om
rechtvaardigheid
Wet
een ieder, en onverbiddelijk met te zeggen
altoos, tot
al uit enkel zuivere liefde zijn
/,
en
die licht over zijn hart kreeg, dat het
blijft
het de ervaring van een
van nature vlak
tot het, tegen-
deel neigt!
En zoo stuit het dan. De wigge van die Wet
dringt al scherper op u toe en laat zich noch
omwoelen noch afstompen. De majesteit des Heeren Heeren weet van geen loven en bieden. Zijn eisch
En
daartegenover
windselen
ligt
wikkelen,
laat
en
is
blijft
volstrekt.
nu immers uw natuur,
maar
die evenzoo zich in
onverbiddelijk altoos weer
geen
met haar aard
voor den dag treedt.
En
als
uitgeeft,
nu dan
die geestelijke
staan
een worstelen, van u
open o,
afliet
te rijten
Gij
Wet
eischt,
en
uw
ongeestelijke natuur zich
die twee vlak tegen elkaar over.
om
die
Wet weg
te krijgen,
En dan wordt
en van die
het
Wet om u
en innerlijk te verscheuren.
zoudt
en u gaan
die liet.
Wet
nog
Maar dat
die
Wet
willen laten, als ze van u
juist gedoogt die
wet
niet.
Ze
maar
ontslaat niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's