E voto Dordraceno - pagina 103
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XL. HOOFDSTUK
105
II.
kunt ge hieraan merken, of ge ophieldt gretig het oor
is,
wie
uw
de
naar
gretig
tert
Een
vijand in een boos licht voor u plaatst.
Maar een
haat rechtvaardigt.
zijn
al
hart, waarin
zulke inblazing als uit den Booze, en
wat de heiligen Gods van vrede en barmhartigheid
naar
liever
luistert
wat
al
Geest woont, mijdt
Heilige
spreken.
Wie goed
terklap.
Hij hoort er niet naar. Hij stopt er het oor voor dicht.
hij,
den
zijn vijand
God
wie
zwijgt
en
staat, weigert zijn hart te laten vergiftigen door ach-
hoe de tong het rad der geboorte ontsteekt, en hoe
kwaad van
van
hij
kwaad
zijn vijand alleen
Ook weet
door zelf veel
doet.
Daarom
tot zijn
God
in
bitterheid vanzelf en stemt tot zachtheid
het verdragen, tot allengs het hart zich aan zachter dingen
in
gewent,
eigen hart
te verhalen, zijn
zoekt, en spreekt
Dat bant dan de
gebede. lust
aan
te leenen,
hart dat haat, luis-
in
toon komt, meer van Jezus iu zich opneemt, en
heiliger
al-
de stemming van heel het innerlijk zieleleven gespannen wordt door
zoo
die heilige veerkracht, die de Schrift liefde noemt.
En wat
dit is
nu nog
Woord
kringen waarin Gods
en
gezinnen
van den vijand gezegd. Maar
alleen
in eere
zijn er niet heel
en waar toch
is,
die stille vriendelijkheid, die zachtmoedigheid, dat verdragen
om Gods
door den ander, dat
wille elkaar
Uefhebben,
zusters, onder vrienden en geestverwanten onder
en
man
tusschen
bediening,
zelfs
van den een
onder broeders
ambtgenooten
in de
en vrouw, op verre na niet altoos in dien hoo-
geren zin wordt gevonden? Het gezinsleven en het pubheke leven onderscheiden
we door
denlijk
hierbij
en
met
onder
opzet,
omdat op beider
terrein zoo onderschei-
Christenen gezondigd wordt.
gezinsleven op bepaalde feiten te wijzen,
maar
slechts
Nu
niet
om
de vraag te
om
in het stel-
de toon, de stemming, de zin van het hart tusschen hen die on-
len,
of
der
den heiligen Doop in één huis samenleven, nu wel in den regel dat
En wat valt dan de omgang, de toon en de inhoud van de conversatie, gelijk men het noemt, de wederzijdsche verhouding, u niet telkens tegen. En toch dit mag niet. Waar Christus feitelijk heerscht kan het niet zoo zijn. Waar het zoo is, heerscht de Christus misschien in naam, maar stellig niet in der daad en waarheid. Want zoo hooge geestelijke
peil bereikt.
ergens dan geldt het van het gezin dat Christus belijdt, dat „ge elkander zult
hefhebben
moedigheid, onze
als uzelven,
barmhartigheid
Catechismus
het in
en jegens en
al
de uwen geduld, vrede, zacht-
alle vriendelijkheid zult bewijzen,"
gelijk
Vraag 107 zoo schoon en zoo naar waarheid
uitdrukt.
En nog nen
sterker klimt die eisch op het publieke terrein onder Christe-
in het kerkelijk leven,
hun vereenigingsleven, hun staatkundig saam-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's