E voto Dordraceno - pagina 377
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XIV. HOOFDSTUK het
heel
hier
Gods
aannam,
en
beheerschen
geloofsartikel
menschelijken
een
niet
de
dat
weten dat de Zoue
te
was
natuur
die
in
moet,
maar onze menschelijke natuur
persoon,
persoon
371
II.
en
bleef
eeuwig en
waarachtig God. Niet,
behoeft
dit
inwendige mensch
voor
wie
en
nu
de plaats van wat
in
droomgenooten
zijn
uitzonnen,
met ons lichaam
natuur
onze
Zone Gods alleen
niet bijgevoegd, alsof de
alsof
bij
Immanuel de Zone Gods kwam. Al
bij
is,
en
ApoUinaris
als
wel
er
aannam,
lichaam
ons
zijn
ons onze
zulke
suflFerij,
alleen denkbaar
dan
vereenzelvigt, dat is erger
verdierlijkt.
Wie daarentegen
weet,
natuur tweeledig bestaat,
elk onzer weet, dat onze menschelijke
gelijk
én met de zichtbare én met de onzichtbare wereld in aanraking
kan
die
onze
en
natuur
ziel,
droom
dien
niet
aannam, óf dat
hij
ze moest
hij
te
komen,
weet, dat Jezus óf
aannemen, naar lichaam
zichtbaar en onzichtbaar beide.
Onderscheidt ge nu
u zelven, dan vindt ge
bij
menschelijke natuur, naar
gemeen van
mededroomen. Immers,
niet
om
en lichaam, als orgaan voor ons ik
uit ziel
Maar
is.
anderen
Het
menschen op een hoop voor u
gezicht,
Dat
wangen.
en
sterkst spreekt dit in het gelaat, o,
ziet tienduizend
hebben een menschelijk voorhoofd
uw
Vooreerst
ten tweede ook iets bijzonders en eigenaardigs, dat u
onderscheidt.
Ge
wonderbaar.
drieërlei.
en lichaam, die u met ieder ander mensch
ziel
is
met mond en
Zoo
staan. Allen
neus, oogen en wenkbrauwen,
van de natuur. Maar toch
is
er iets, iets
onnoembaars, dat het eene gelaat van het andere onderscheidt en waardoor
het herkennen mogelijk wordt.
uw
tusschen
bestaan, dat ik te zijn.
Maar
natuur, die ge
met
En
allen
terwijl
u van anderen onderscheidt,
Immers, ge zegt: Ik besta kunt
verder
zijt
u
van
zegt
is,
ge u bovendien bewust een
uit ziel
ge nu ook niet vragen.
een raadsel, dat nooit iemand u ontsluiten er
dat ge in
uw
ge nu alzoo onderscheidt
gemeen hebt, en uw eigenaardig
zal.
en lichaam.
Wat
dat ik in u
is,
blijft
Al wat de Heilige Schrift
menschelijke natuur geschapen wierdt
naar den Beelde Gods.
Het gewone ziet
optreden,
een ik waarin
is
met iets
Beelde
tevens,
als hij.
karakteronderscheidingen, en
met
van Gods Beeld.
stond, viel alles en zonk in.
Adam,
Gods moest staan,
wat staan moest
de menschelijke natuur haar personen
individueele
sterk schuilt
Doch zoolang het zoo verbondshoofd
dat
derhalve,
Ons stamhoofd en
die in onze menschelijke
viel,
en in
hem en
door
natuur naar den
hem en na hem
al
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's