E voto Dordraceno - pagina 41
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND.
XXXIX. HOOFDSTUK
uzelven hebt te volgen. Waarbij ten slotte nog
Gebod
zeer
onzen
God
vader
en
dus
Gebod
de
Intusschen
meer naar de
uitnemen,
om
Waar
hieruit
zien.
Alzoo eenerzijds
dit vreezen,
uit het vijfde is
Reeds de woorden zelve
:
3: „Gij zult
Gebod.de
gelegd, zouden willen
als
in het
gebod verbieden
„Eer uwen vader en uwe moeder",
staat
uwe moeder en uwen vader «rce^eM/" en zoowel
ten deele ook dit eeren staat in het Hebreeuwsch uitge-
drukt met een woord, dat eensluidend
onzen God hebben toe
te
ook
die in dit
elke
we
vier die volgen keert.
vader en moeder hier alleen in hun menschelijke persoon-
toch in Exodus staat:
XIX
dat
af,
Heeren, die op vader en moeder
lijkheid te laten optreden.
Heere
meer saamgevlochten
is
gemeenschap
God, en anderzijds de geboden die op ons aardsche
niemand
leide
des
in Lev.
Uw
voor dit aardsche leven.
zijn
Gebod
vijfde
die voorafgingen, het vijfde
majesteit
dit.
oorsprong
op den Heere
het aanknoopingspunt:
is
wel zoo, dat het vierde Gebod zich met het aangezicht naar
en
vier
drie geboden, die
en tusschen die beide in het tweetal, dat ons thans bezig
doelen,
houdt;
uw
Goddelijk
het
:
dus nauw in verband met de geboden, die de
die op onze aardsche
die op
geboden,
de
die
staat
God prediken; en het
voor
met de geboden
leven
moet op de
volgen
moeder,
ttwe
aanknoopingspunt
het
is
opgemerkt, dat het vierde
en het vijfde op het vierde
vijfde voorafgaat,
vierde
en in het vijfde Gebod
zien;
Het vierde liefde
het
in
dat
voorbeeld,
aan het
juist
Immers
volgt.
zij
43
I.
voorstelling,
met de
is
Op grond
brengen.
vreeze, die
we den Heere
hiervan verwerpen
gebod niets anders
leest,
we dan
dan alsof de
de ouders tegenover de kinderen in bescherming nam, en van de
kinderen vergt, dat
als vergelding voor
ze,
moeder ontvingen, hun op hun beurt Bovendien
zou
de
liefde,
die ze
van vader en
en trouw bewijzen zuUen.
liefde
deze geheele opvatting lijnrecht indruischen tegen het
karakter van de Tien geboden. Het karakter dier geboden
is
toch, gelijk
Calvijn reeds opmerkte, dat ze één bepaalde zaak, of één bepaalde over-
treding te
met name noemen, maar om
tvortel
echtbreuk,
verbiedende
verwerving
van
den
gaat
door
den
zij,
al
in dit ééne
te begrijpen,
zijn heilig
diefstal,
wat
in
nijd
of
gebod tegen
bestraft
aUe
alles
God, verbiedende de
alle onkuischheid in.
zonde,
saam
den wortel van ons
doodslag, veroordeelt ook
haat.
ééne zaak, die er met
geboden zóó opvatten, dat
principieel
genoemde
er in
die
God,
saamhangt met de
van het aardsche goed. Ge moogt dus geen der
tot die
zult elk der
wat
doodslag
of het bezit
geboden beperken
maar ge
onder
alles
mee saamhangt. God, verbiedende den
zielsleven
den
en er
vatten,
met
die ééne
name
in
er tevens
genoemd wordt, onder begrepen
genoemde zaak saamhangt. Het
is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's