E voto Dordraceno - pagina 126
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
128
XL. HOOFDSTUK V.
ZOND.
tegen de zonde en de ellende in de hand voor zijn
zich hij
hij
God
Gods toorn naderen
en
voelt,
is
gegeven, aanwendt, zonder
zonder te wachten op Gods zegen
poogt en aanwendt, en zonder
gelukken deed, die
zijn
verootmoedigen, zonder in de schuld te vallen als
te
en
blijft
te
danken, als
God de
goddeloos, hoe hoog
Dit alles
is
ergerlijk en stuitend, en het is een
en de genade onzes Gods. Medicijn zonder gebed
Maar hoezeer ook anderen nooit aanleiding zijn,
om
hij
zich op zijn kunst
onder ons schuldig een keloosheid eenig dit ;
is
hoonen van de majesteit
God
is
mag
zich bezondigen, dat
tergen.
voor Gods kind
bloedschuld over zich te laten komen.
Het gebod van Horeb zegt
En
wat
bedachtzaamheid ook beroeme.
zijn
binden
bij
stuiting der ellende
:
iegelijk,
Gij zult niet
dooden en ;
dit
gebod
stelt
ook
door wiens nalatigheid of verzuim of roe-
mensch bezweek
of wegstierf.
het vooral, wat we aan
's
Heeren volk op het hart wilden
nu het zesde Gebod moest worden toegeUcht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's