Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 230

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 230

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. X. HOOFDSTUK

224

Ja

III.

God

gaat zoo?er, dat het vroom gemoed, dat

dit

meer

kleine en schijnbaar beuzelachtige te

zijn

God

vreest, juist in het

zal verheerlijken. Als

een Syrisch soldaat, zonder op Achab te mikken, Achab toch

treft

tusschen

de gesp en het pantsier, en Gods profetie gaat hiermee in vervulling, dan dat onnoembaar kleine van de vaart die zijn

in

juist

is

En

werk zoo majestueus en aanbiddelijk.

onbeduidend

vertellen, zoo

ongemeene

nietige

van

Het

men kan

zoo,

is

weg

dien

geweest. Als te

durven

en we werden toch, toevallig, gelijk

van God

zal het kind

putten

geloofsversterking

en

er de

uw

dit overdrijven

en er mee

juist uit dit

hand

merken

in

koop loopen, en zoo

te

hart weer schade toebrengen.

zijn

merken op de

zulk

zijn,

dan

niet

God.

zijn

langs

als ze

uitgeholpen,

er

zegt,

nam Gods

er in ons eigen leven kleine,

we haast aan andere menschen

nietige dingen voorkomen, die

men dan

als

pijl

Maar op

kleine dingen steeds het merkteeken van

kleed scheurt en ge hebt een speld noodig

spelden, en ge ziet juist een speld voor

uw

zich zelf

is

Gods heiligen

om

het vast

God

voet liggen, dan heeft

de Heere er die speld voor u gelegd.

DERDE HOOFDSTUK. Die ze by

name

roept,

vanwege de grootheid Jesaja 40

kracht.

Het Noodlot

en

als stouter

wezen

zie,

uu

treedt tegen de Voorzienigheid des Heeren

mededinger, vooral in onze dagen, nog een derde afgod op in de

Ook onze vaderen kenden

Natuur.

daarom

er

26.

Fortuin moesten dan vallen voor Godes heilige

de

Doch

Voorzienigheid.

zijner :

in

deze

dien vijand van ons geloof reeds, en

vraag van den Catechismus zoo met nadruk

op, dat „loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijs

en

winter,

drank, gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede, zomer en

koude

en

warmte, ons niet

bij

geval,

maar van

zijn

Vaderhand

toekomen." „Niet

bij

geval" nu

tegen het Noodlot.

de

verheerlijking

ongelijk hadden,

van woorden

is

gesteld tegen de Fortuin. „Zijn

Maar

die breede

Vaderhand"

is

gezet

opsomming van

„loof en gras enz." tegen

En

dat onze vaderen geen

en vergoding der Natuur.

met vooral dezen derden vijand des

te bestrijden, dat toont waarlijk

geloofs

met veelheid

de uitkomst wel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 230

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's