Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 439

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 439

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XLVII. HOOFDSTUK

441

I.

daarna voor ons, kinderen der menschen. Iets wat nu niet zeggen

Onze Vader

Christus, toen hij aan zijn jongeren het

de

,Laat

heeft:

mij

nu

Gebed op het Gebod

dit

Omdat

vanzelf aan Jezus opdrong.

gebed én

Naam,

moet

meer nadruk op gelegd, dat de beden

er te

het Koninkrijk en den Wille

Gods vooropgaan.

uwen God, en daarna uw naaste

plicht, eerst

uw God

liefde voor

uw

ook in

nog

en

moest,

zijn

toegaat.

den regel

En

toch niet de vraag, of ge wel toestemt, dat het

die

worden

maar soms

we toch

opgezonden,

gedacht.

En

ook

al

de

liefde

is

dood

hoogste

haar orde

plaats bereikt

of eere of koninkrijk

stemming ook

die

en

het

Of

vinden.

wordt,

is

het

al,

dat een enkel maal ook die

zoodat metterdaad in ons gebed die eerste te klagen,

eigen nood opgeeft, en dat het alleen uit plichtsbesef

we het Dit

is,

dat het

beden

en omdat

zoo geleerd hebben, en wel weten dat het zoo hoort, zoo

voorbedachten rade de beden voor laatste is zoo waar, dat het

publiek

voorbidden, en dat het

binnenkamer ziel

voor

alleen

Hem

't

God

nog het meest geschiedt,

Dan juist,

we met

voorop plaatsen.

zeldzaamst

met onzen God uitgieten.

zooals het in onze ziel ligt,

voor

blijft

niet eerst uit ons hart opkomt, dat veeleer ons hart eerst de

voor

onze

is

beden voor onzen God volstrekt

die

beden ook werkelijk voorop gaan, dan hebben we nog zoo

behoefte, dat

opkomen, maar eerst na de beden voor eigen nood

niet het eerst bij ons

en

niet

we het Amen op onze gebeden Gods naam

het, dat in heiliger

dat

ondervinding,

God

voor

met eigen nood en eigen

soort beden niet ganschelijk in ons gebed ontbreken, zoo

droeve

eigen

ganschelijk niet aan het woord komt. In

zoo vervuld

het gebed daarvoor al ons gebed wordt, en

de

uw

of het wezenlijk zóó en niet anders in

uitspreken, zonder zelfs aan een bede voor

hebben

waarom we dat vermaan

dan, helaas, voegt ons de belijdenis, dat in verreweg

gebeden,

zijn

is

maar

alleen niet het eerst

toch

hart zich

uw God aan het woord komen. Dit is zoo men schier vragen zou, waarom wijzen is. En toch beseft een kind van God,

afzonderlijk op te

meeste

te

uw

zoo vanzelf, dat

spreekt

van noode hebben. Het

de

uw

hebben, dan moet de

lief te

hart vooraan liggen, en als

dat ook op zijn bidden begon te letten, zeer wel,

bidden

Is het

eerst die liefde voor

natuurlijk,

zoo

en volgorde

gebod terug.

in het

daarom echter moet

Juist

voor den

hier

maar ons

zóó en niet anders de ware verhouding

uit dien hoofde, keert diezelfde indeeling,

daarom, en alleen

én in het

uit,

leerde, gedacht

laten slaan,"

hoe dezelfde grondgedachte én in het gebod én in het gebed zich

toont,

lag,

dat

wil,

zijn,

als

is

en

blijft,

als

en zonder veel na

we onze

ziel

merken we gedurig dat

we

waar we te

in het in

de

denken,

eenvoudig uitgieten,

in onze ziel de liefde

onszelven en de onze vooraan ligt en er het eerst uitkomt, en dat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 439

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's