E voto Dordraceno - pagina 523
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. L. HOOFDSTUK
gewone
de
minst
om
de geneeskunde
God
dat het
te leggen,
schonken
doel
We
treffen.
onderschatten,
te
wijzen hierop, in het
maar om
die in alle plagen en ziekte rondwaart, ge-
een ordinantie Gods
heeft. Gelijk het
den, brood zullen nemen, zoo
is,
delen,
die
omdat
alle ziekte
Hij
om
dat we
ons te voe-
het dan ook een ordinantie Gods, dat wij
is
ziekte en plage die uitbreken, de toevlucht zullen
bij
nadruk op
er
die in de kruiden der aarde ons een tegengif
is,
macht des Doods,
de
tegen
gemeenlijk
kruiden
niet,
525
III.
nemen
de mid-
tot
bestrijding van ziekten en plagen ons schonk.
ter
en plage een vrucht des Doods
Juist
en alzoo een Satani-
is
schen oorsprong heeft, mogen ze niet getroeteld, maar moeten ze bestreden worden.
Nu
intusschen de mensch op het stuk der medicijnen gemeenlijk veel
is
onvromer dan op het stuk van te
gaan
Gods woont. zonder dat er
men. Er
het
Zonder bidden
dagelijksche voeding.
om
gebeden, of dat er voor gedankt wordt,
een onvroom
is
dat ge gedurig zelfs in de vroomste gezinnen kunt waarne-
verschijnsel,
maar
zijn
men niet; althans niet in kringen waarin de vreeze Maar als men krank is, dag aan dag een medicijn innemen,
eten, doet
zijn er wel, die bidden, dat
in te zien, dat
God
het kruid
God de medicijnen zegenen moge, groeien, en het ons ontdekte, en
liet
Hem
ons toebrengt, en dat er alzoo
de eere van toekomt,
is
uiterst
zeldzaam. Dit nu maakt, dat men, in stee van alle medicijn te beschou-
wen
als
een genadegave Gods, onder den indruk
leeft, alsof
de medicijnen
van den mensch kwamen; een soort poging van menschelijken overmoed waren, om, buiten
de dieper ingeleide liever
den
van
Heeren.
God om, de
besef
hebben met
;
en dat dientengevolge
voor de medicijnen zekeren schrik krijgt, en zich
ziel
om
afwendt,
medicijimieester
En nn kan
verkeerde
ziekte te verwinnen
te vallen in
de hand des
zeker kwalijk ontkend, dat de medicijnmeesters dit
Haast kan men zeggen de meesten,
niet zelden voeden.
alle geloof
aan
God
gebroken, en als ze dan
een kranke
bij
komen, die nog van de hulpe Gods spreekt, nemen ze een houding aan, alsof ze zeggen wilden
beter dan
de
arts
:
nw God." En kan
niet
„Laat
dit
nu maar aan mij
dan een instrument van Gods genade, zijn loon
van
weg.
hij
om
buiten
worden?
God
te
Omdat kunnen,
zoo is
grieft.
ook maar
kan het veel
Dit ergert. Ook
iets
meer
wil zijn,
de plage weg te nemen, heeft
Maar mag nu deze zonde van den
gedraging
inbeeldt
Dit
dit stuit natuurlijk.
buiten God, en zoo
over, ik
menige
dit voor
hij
arts voor ons een regel
arts in zijn
ons een
hoogheid zich
vrijbrief,
om
onzen
God de eere van zijn werk, ook in de geneeskunde, niet te laten toekomen? Zal het ongeloof van den arts aan het geloof van Gods kind de wet stellen? Dit kan en mag immers niet. Omdat ik een ongeloovigen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's