E voto Dordraceno - pagina 259
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIVOS. HOOFDSTUK zegt
261
I.
hetgeen de meeste menschen, ook buiten Rome, denken, en van
is
daar komt het, dat slechts de dieper ingeleide kinderen Gods metterdaad
God
voor
kunnen vallen ook over
in de schuld
opgekomen onheilige gedachten en lusten Juist
mogen het ook,
we
ook
wel
terdege
mogen
Onze natuur en
En nu
zijn.
We
solidair
God had
dit
gij
ze ons rein
gedaan hebt, voor zoo-
op uzelf en persoonlijk bestaat. Die dit deed was
Adam,
en geholpen door Eva. Maar, en hierop komt het aan, en hierin
Adam
het solidaire: voor wat
menschheid en
de
heel
is
uw
aangaat
derving van
schelijke
ge
de
al
uw natuur
en overblijfselen van
der
voor
niet voor
Hem
plaats,
waardoor ge
dan
zal uit
begeerte, lust of gedachte
uw
uw
men-
zondig, zoo lang
na uw dood. Dan
komt. Eerst dan zult ge in
zonde
maar
staan,
gij
Daar nu God
reine en onbedorven
uw bedorven natuur aan u
daad van heiligmakende genade
afsterving
aansprakelijk; en ook wat
is,
de zuivere, reine menschelijke natuur in
niet
ligt juist
door zelf te zondigen, die ver-
bezegeld, en persoonlijk uitgewerkt.
komt opdragen. Dit nu kunt ge
God
gij
natuur vrede kan hebben, staat
sporen
uw God nog groote
wat mensch
met geen ander dan een
die
is,
verlokt
mensch en hoofd der menschheid deed,
al
persoonlijk bestaan, hebt
een heilig God
nemen.
maar hebben
onze schuld, dat wij ze verdorven hebben.
is
het wel volkomen waar, dat niet
is
ge
ver
en het
hen
natuur en met onzen toestand.
onze
door de zonde verdorven geworden.
is
gegeven,
heilig
met
rekenen
wil, in
het onze
alleen vragen naar wilsuitingen,
niet
te
mag
maar moeten het
zedelijk leven, niet individueel,
En
hun
of begeerten.
standpunt echter kan noch
geheele
dit
de, tegen
hebt, en
uw
persoon
eerst grijpt die tot algeheele
reine natuur voor
reine natuur ook geen enkele onreine
meer kunnen opkomen. Het
feit
nog gedurig zulke onheilige begeerten, lusten en gedachten
zelf,
dat thans
in
u kunnen
opkomen, toont derhalve dat de onzalige fontein van uw verdorven natuur
nog
in
meer
u tot
is,
en ook
al
staat het vast, dat dit aan de kinderen
verdoemenis wordt toegerekend, toch
u bestaan, en dat onreine
in
is
en
blijft
blijft
Gods
zonde. Zelfs waar deze onheilige
begeerten, lusten of gedachten niet uit uzelven in u zijn opgekomen, óf door Satan u
worden ingeblazen, óf door een medemensch
uw nog
opgewekt,
is
ge rein in
uw natuur
het
En wat aangaat komen, zoo tot
niet
daarom het onreine
in
maar
u worden
onreine natuur, die dit mogelijk maakt.
voor God, zoo zou dit niet meer mogelijk
Waart
zijn.
de vraag, of de zonde dan niet altoos uit den wil moet
geven we
dit in dien
afgetrokken zin toe.
De zonde
behoort
het gebied van het zedelijk leven, en het zedelijk leven kentert zich
altoos
om
de
spil
van
's
menschen
wil.
Denkt ge u den
wil weg, zoo zou
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's