E voto Dordraceno - pagina 174
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. VIII. HOOFDSTUK IV.
168
Welnu,
en
alleen
uitsluitend in dien zin
dan ook bedoeld wat de
is
Catechismus aanduidt met de bekende onderscheiding van God den Vader :
God den Zoon en onze
en onze Schepping, van
Verlossing, van
God den
Heiligen Geest en onze Heiligmaking.
Hiermee toch
volstrekt niet aangeduid, dat elk dezer drie Personen
is
beurtelings zou werken
om
u
om u
de Vader eerst
:
maar omgekeerd dat
u schiep
die
om
zoodat
als
schepsel van
gij
uw
u heilig
eerste
maakt
wording
zonder den Vader te doen kunt hebben, maar dat
is
maken;
de Drieëenige
uw eeuwige
tot in
met den Vader zonder den Zoon,
glorie nooit afzonderlijk
te
de Drieëenige God, en dat die u
is
verloste is de Drieëenige God, en dat die u heilig
God,
dan de Zoon
te scheppen,
en eindelijk de Heilige Geest
te verlossen,
met den Zoon
of
altoos te
gij
doen hebt
met den Heere Heere, met den levenden God, met het Eeuwige Wezen, en dus met Vader, Zoon en Heiligen Geest.
Dat én
nu
er
naar
heiligend
u
op
en
toch in deze werkingen van den
uitgaan,
God een onderscheiding
Drieëenigen dat in al
waar deze werkingen Gods én scheppend én verlossend
echter,
en wel zulk een onderscheiding,
is,
wat de Schepping raakt de Vader de hoofdwerker
de Zoon en de Heilige Geest meewerken
;
is
met wien
wat de Verlossing raakt
al
bij
Zoon de hoofdwerker met wien de Vader en de Heilige Geest mee-
de
werken
en in al wat betrekking heeft op persoonlijke heiliging de Heilige
;
Geest de hoofdwerker
De Vader zijn.
Nu
is
men
en de Vader en de Zoon meewerken.
Vader en nooit Zoon, evenmin
dus,
waar
in het
dan
als
de Zoon ooit Vader kan
den oorsprong
alle
goed in
zijn
ieder terstond, dat dit niet den
voelt
in
zich draagt,
Eeuwige Wezen de Fontein, de Bronwei,
de Springader, de Veroorzaker van vinden,
men
het Vader-zijn dat
in
ligt
en vraagt
is
diepsten grond
Zoon kan
zijn,
is te
noch
ook de Heilige Geest, maar dat dit moet zijn de Vader.
De naam
En
reeds beslist hier.
evenals
in het
Eeuwige Wezen de Vader den Zoon genereert, en
mede van den Vader de
Heilige Geest uitgaat, en dus in den Vader het
oorzakelijke wordt beleden, evenzoo ook en niet anders
het schepsel
uit.
Voor
alle
schepsel
is
in
Hem
komt de Vader
in
de Uitgang, de Bron, de
Springader, van alle oorzaak de Oorzakelijkheid.
Van
al
en
ding,
wat op uw aanzijn, meer,
zooveel
dat de werking tot zijn
lichamelijk
boorte
of
hem
uw
levenslot,
betrekking
uw
heeft, voelf
uitgaat van den Vader.
uitwendig
en voorverordineering.
aanzijn,
Van
alle
opleiding,
uw onderhou-
dan ook ieder terstond,
En
dat niet alleen van
maar evenzeer van
zijn
wederge-
eerste en tweede leven klimt de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's