E voto Dordraceno - pagina 164
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXI6. HOOFDSTUK
164
mensch
en
geboren
Ge
was.
zijt,
noch
kunt
hoe ge in
gij
zelf
Ge kunt noch bevatten noch
bewustzijn ontstaat en bestaat.
begrijpen, hoe
Ge kunt noch
begrijpen
bevatten, wat het wezen der liefde, wat het wezen des levens, wat
noch
wezen
het
uw
in
noch begrijpen, hoe
bevatten
en lichaam bestaat, en na de scheiding van
ziel
beide nog kunt voortbestaan.
uw denken
I.
van
den
dood
Kortom,
is.
werkende met eindige middelen, schiet lijden,
alle
begrip en alle bevatting, als
en moet
te kort
zijn
onmacht be-
zoodra ge in het ivezen der dingen doordringt, en dus de grens en
het perk van het eindige overschreden hebt.
Diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennisse Gods
„o.
ondoorzoekelijk
daarom de
blijft
op
onzer
oordeelen, en onnaspeurlijk zijn zijne
zijne
zijn
uitroep, die van
Hoe !\
de lippen des apostels voortgeplant moet
we ons
lippen, zoodra
aller
!
wegen
tot
de overdenking van dat heilig
mysterie nederzetten.
En
fen derde worde steeds in het oog gehouden, dat
God de Heere voor
ons zedelijk leven een eigen wet en ordinantie heeft ingesteld, die wij met ons
nimmer
bewustzijn
zedelijk
alle recht in
om
boeten,
te
Het kenmerk van ons Overal
heid.
het, of zwijgt lijke
waar
het
te
spreken.
van verantwoordelijk-
leeft,
of weg, of slaapt
Zoo dikwijls daarentegen onze persoonlijke zede-
opzet.
wakker
is
en spreekt, komt onverbiddelijk altoos en
onuitroeibaar besef van verantwoordelijkheid in het spel,
dat door geen drogreden
Was nu
mee
over het zedelijke
zedelijk leven is het besef
dit niet werkt, is het zedelijk leven
met
overtuiging
aanstonds
overschrijden kunnen, zonder aanstonds
weg
is
te
cijferen.
het zedelijk besef ons gegeven,
om
daarop onze
religie te
bou-
wen, en daaruit te concludeeren tot het bestaan van God en den aard van zijn
goddelijk
een
tot
konden
;
dan
werk,
belijden
van
eenvoudig
spreekt
Gods
omdat
het
vanzelf, dat wij
uitverkiezende
nooit of
nimmer
genade komen zouden noch
verantwoordelijkheid in ons nooit iemand
de
anders dan ons zelven verantwoordelijk
stelt,
en aldus nooit
tot
een hoogere
oorzaak kan opklimmen.
Nu
dit
echter niet zoo
zedelijk leven geldt, d.
i.
is,
en de zedelijke ordinantie alleen voor het
voor ons doen en laten beslist, en
daarentegen voor de kennis van
gegeven
van
zijn
kiezing
heeft,
zijn
opdat we door de schatten dier openbaring tot de kennisse
genade zouden doordringen; zoo alleen
God de Heere
Wezen en Werk ons een openbaring
uit
de
openbaring
en
is
niet
het duidelijk, dat de Uitveruit
ons zedelijk besef moet
toegelicht.
Die beide staan
zelfs zoo
scherp tegen elkander over, dat ge nooit eenige
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's