E voto Dordraceno - pagina 243
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
VIL
ZOND. XXII. HOOFDSTUK
graf weer we
alsof
het
met het lichaam
sterven
hadden, alsof dat voor altoos weg
onzen
bij
dood
denken
te
is
hadden,
met onze
En nu gaan we
de eeuwigheid
ziel
we dus
en aan hetgeen boven
in,
w.
d.
We
wel wat ons ééne deel betreft,
d. w. z.
en zoo we in Jezus sterven, zullen we
terstond na onzen dood heerlijke zaligheid genieten.
ziel
voor wat ons ander deel,
z.
Wij worden begraven. En
graf.
ziel
doen
te
en voor de aarde was, en alsof
en door onschriftuurlijk en onwaar.
door
is
gedachte,
meer
eigenlijk niets
en alleen aan onze
eeniglijk
bestaan uit twee deelen.
maar de
De thans meest heerschende
in helderder licht plaatst.
na
243
ons lichaam, aangaat, gaan icij
Maar in het
ivij
rusten daar en toeven, beidende de
opstanding die komt.
Jezus zegt
van
zelf:
opgewekt
De
Gods
Zoon
den
wordt,
ure
komt „dat
keert
allen die in de graven zijn, ^q siem.
hooren en zidlen uitgaan" en als Lazerus
zullen
zich tot het graf, en roept niet naar den
Jezus
hemel, maar in de richting waar dit graf was
„Lazerus,
:
kom
Eens
uit."
vveeropstanding der dooden zullen de gestorvenen dan ook niet uit
in de
den hemel nederdalen, maar ze zullen
uit
hun graven uitkomen.
Iets waar-
bij
ge nu juist niet denken moet aan die bepaalde plek van het graf, waar-
in
het
lijk
sonen
ingelegd.
is
wier
Dan
met martelaren
het dan gaat
toch komt ge op die door
al
die
dwaze vragen, hoe
leeuwen verscheurd
naar de snijkamer ging of verbrand wierd.
lijk
Roomsche
om
zijn,
met
per-
En
óók,
dan
komt ge vanzelf
tot de usantie
der
wijde
onderscheiden,
en eigenlijk een plek in een kerkgebouw
de
aarde
eenig
te
plaats te oordeelen voor
veilige
kerk,
uw
lijk.
gewijde en onge-
Neen,
als er
van het
graf, van den kuil, van de groeve wordt gesproken, dan bedoelt de Hei-
daarmee geheel die aarde,
Schrift
lige
bestaat,
u opwacht en
die
die
die stof
is,
wier macht in het stof
u in haar ingewand op zal nemen,
om
doen wederkeeren. Juist zooals Jezus het bedoelde, toen
tot
stof
te
zijn
graf
noemde
:
het hart der aarde, waarin hij
u hij
besloten zou zijn gelijk
Jonas in het ingewand van den visch.
Dat graf,
die groeve, die
kuil als zoodanig
is
dus een schriklijke macht,
een macht die evenals de Dood, ons overheerscht en over ons triomfeert.
En
het
ons in
is
tegen die macht van het Graf, als de macht van het
verslindt,
en ons een voorportaal der helle wil
Hozea en de Apostel des Heeren getuigt:
graf
waar
is
uw overwinning? Gode
geeft door Jezus Christus onzen
zij
Heere!"
zijn,
„Dood waar
stof, die
dat de profetie is
uw
prikkel,
dank, die ons de overwinning
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's