E voto Dordraceno - pagina 247
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
;
247
ZOND. XXII. HOOFDSTUK VIII.
Maar ook
lichaampjes kunnen vertoeven.
van ons
gaan
menschen
hun
van in
bodem
uit lucht en
andere
als
in plant en dier over
tien,
op
het
inkomen,
aanwezig
zijn.
dan
anders dat
ieder
En
op
en
er
één
die wijs door
plaats
gelijk
te
twaalf verschillende menschelijke van
oogenblik
hun sterven
naar Gods vast bestel een
nu
overmits
zijn kan,
in
stofje nooit
vervalt alle mogelijkheid,
dezelfde stofdeeltjes zou terug ontvangen,
opstanding
zijn
in
worden op
;
Hieruit volgt, dat eenzelfde deeltje stof
spieren.
den loop der eeuwen soms wel in kan
bodem opgenomen
voedsel gebezigd, en vormen alzoo een bestanddeel
hun
bloed en
lichamen
ten anderen, de stofdeeltjes die
de aarde dringen, worden in lucht en
in
lijk
die hij in zijn lijk achterliet.
Doch even
even
verwerpen,
voorstelling
we op de aangegeven gronden deze grove
beslist als
beslist
lichaam
teloor
eeuwen
alle
gaat.
En
haar
door
maar dat
die de ziel ongezien verzelde, in
licht-lichaam
met het
uiterste,
gelegde
in het graf
toch, ook die overgeestelijke voorstelling
voorstanders.
eigenlijk niets op zou staan,
aetherisch
we het andere
bestrijden
waarbij de gelijksoortigheid van het opgewekte
zinlijke
zou
Men
beeldde zich dan
uit zekere
vond
dat er
verborgen lichaamskiem,
den hemel vroeg of laat een doorzichtig
voortkomen, dat, geheel
een geestelijk praecipitaat zou
in,
zijn.
Men
onstoffelijk,
slechts
grondde deze voorstelling vooral
op Paulus' zeggen, dat er een aardsch lichaam gezaaid wordt, maar een
lichaam gemaaid. Een geestelijk lichaam nu, zoo rede-
geestelijk hemelsch
moest
men,
neerde
dan
ook
eigenlijk
van geest
zijn,
en toen
men
op
zielkundig gebied al meer aannam, dat ook de ziel een zekere fluide, een
Dat
komen.
En
gedachte.
maken en
leek zeer schoon.
bovenal het voldeed aan de behoefte
Ook geheel deze
ziel
en
omdat
daarmee
alle geest
aan het
om
alles geestelijk te
stof.
voorstelling echter dient bestreden en verworpen.
ze het principieele verschil tusschen ziel en lichaam feitelijk
de grens tusschen stof en geest uitwischt. Alle
wordt dan min of meer
grover en ongeestelijk of fijner
maar
Dat greep aan door de stoutheid der
eigenlijk geen plaats te laten
Vooreerst, opheft, en
weg open, om van deze vloeiende
de stolling aan dezen lichtaether in een aetherisch lichaam
tot
lichtziel
te
lichtstof was, lag de
vloeiende
zekere
stoffelijk,
en
alle
stof
wordt of
en geestelijk. Nergens een grens, een klove,
overal gestadige overgangen.
Een
soort geestelijk Darwinisme, dat
ons onvermijdelijk het Pantheïsme in de armen werpt.
Ten tweede Heilige
druischt
deze
voorstelling
lijnrecht
in tegen al
wat de
Schrift ons aangaande de Opstanding betuigt, en de Christelijke
kerk, op grond van het Getuigenis, alle
eeuwen door beleden
heeft.
Eens
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's