E voto Dordraceno - pagina 496
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XVII. HOOFDSTUK IV.
490
XV:
Cor.
1
de dooden niet opgewekt worden, zoo
„Indien
16;
is
ook
van een eeuwig aanzijn
hem
Christus niet opgewekt".
Dit
dan ook
ligt
den aard der zaak.
in
Zonk toch iemand zoo
diep, dat alle besef
dan
ooit
aan Christus
Dat doet zoo iemand
niet.
Zoo iemand
ontging en dit leren al zijn leven wierd, hoe zou
dooden gelooven
verrijzenis nit de
aan
gelooft
Aan geen
meer.
niets
Aan geen
des Middelaars.
?
hij
Aan geen Godheid
Heilige Schrift.
mysterie der Vleeschwording.
En
een dan plotseling wel aan de Opstanding Christi gelooven ?
hoe zou zulk
De uitkomst
heeft dan ook getoond, dat zulke lieden reeds lang, en zeer lang elk geloof
aan
Jezus'
onmogelijk
hebben
verrijzenis
voor hen niet meer bestaande
Dit kan eenvoudig
een
alzoo volstrekt
één eenig mensch op dien grond aan de
is
en slechts oppervlakkig misverstand las
gelooven;
drukte zich daarom ook zeer nauwkeurig
Catechismus
beleed
het
lang in het apostolisch woord.
tijd
Onze hij
dat
te bewijzen.
feit
Nooit
niet.
gaan
onsterfelijkheid dit
en
uitgeschud,
het geloof aan de onsterfelijkheid door verwijzing naar dit
is,
Christus' opstanding
:
is
uit,
toen
ons een waarborg, niet van een aanzijn
na den dood, maar van een zalige opstanding.
Immers allen
die
van Christus
niet enkel die in
de graven
zijn,
de stem (van den Zoon) hooren zullen, en
zullen uitgaan, die het goede gedaan
en
V
Ge
:
gedaan hebben
kwade
het
die
(Joh.
„De ure komt, dat
staan op.
zijn
hebben tot
tot
de opstanding des levens,
de opstanding der verdoemenis"
28).
ziet
dus
wat
aanstonds,
„zalige opstanding" bedoelt.
standing
des
levens,
Het
de is
Catechismus
tegenstelling
in
met
zijn
hetzelfde wat Jezus
met
spreken van
noemde: de op-
opstanding der verdoe-
de
menis.
Met na
dus daarvoor, dat er onsterfelijkheid
den dood
en
zij,
zelfs niet
niet daarvoor dat er leven
is,
dat er een opstanding
zij,
maar daarvoor
dat deze opstanding voor Gods kinderen een zalige opstanding, een opstan-
ding ten leven, en niet ter verdoemenisse
zijn zal,
daarvoor
ligt in Christus'
verrijzenis waarborg.
„Opstanding"
is
„leven na den dood." Die beide
niet hetzelfde als een
zijn streng onderscheiden.
Het aanzijn na den dood begint terstond als
de ontslapene zijn laatsten ademtocht uitblies, eerst
eeuwen
later als de
het zoo duidelijk die van Christus
de wolken.
:
„Een
maar de opstanding komt
Christus wederkomt ten oordeel.
iegelijk in zijn orde
zijn in zijn toekomst, d.
:
Paulus zegt
de eersteling Christus
w.
z.
bij
zijne
;
daarna
wederkomst op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's