E voto Dordraceno - pagina 421
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
XV. HOOFDSTUK
ZOND.
V.
415
Meer nog.
De
rechtsbedeeling
verbonden
is
beoordeelaars,
Overheid
billijke of onbil-
Alle recht wordt
of keizer of senaat.
Zoo was het dan noodzakelijk, dat deze twee saamvloeiden bezweek
Rome
een Eomeinsche vierschaar, én dat
:
én dat Jezus
gevonnist wierd door
hij
een oogenblik, dat de Overheidsmacht in
op
op het grootst was.
nu was het geval onder Pontius
Dit
en
in
Eomeinschen rechter
een
als
geen liefhebberij van eenige
is
naam van koning
gesproken in den
macht der
de
maar rechtspraak van den Souverein.
zoodanig. Kechtsbedeeling lijke
aan
was
het
de
keizer
van
Rome
Pilatus.
Te Eome
zat de keizer,
die heerschappij bezat over heel de
bekende wereld.
Een vonnis van Pontius van
uitwijzen
smolten
ligt
Wat Pontius
grootst denkbare Overheidsmacht.
Rome was
Pilatus
metterdaad de rechter der gansche aarde, in vollen
de wereldlijke rechter.
Let er nu de
de toen zuiverst ontwikkelde rechtsbedeeling, die ineenge-
met de
was een vonnis door den keizer der Romeinen gewezen, en de
vonniste, keizer van zin
Pilatus was alzoo een vonnis gesproken naar
genade
hoe in het vonnis van Pontius Pilatus God de Heere én
op,
die
ook
in
de
rechtsbedeeling hgt handhaaft én
aardsche
tegelijk ons menschelijk rechtspreken
Was
Pilatus, als rechter in
veroordeelt.
naam van den
keizer,
van God, rechtsprekende onbekwaam en onmachtig, proces
te
vinden? Geenszins, want
hij
en alzoo
in
den naam
om het recht in Jezus'
zelf geeft keer
op keer getuigenis
van Jezus' onschuld. Zelfs legt heel het Evangelisch verhaal hierop vollen nadruk.
Neen, hetgeen waarvoor Jezus bezwijkt
rechter kleeft, en die ook de booze
is
de macht die in den
macht inhoudt, om tegen beter weten
en ondanks de keurigste rechtsvormen, toch den onschuldige te ver-
in,
oordeelen. „Gij
Vandaar dat ook Jezus
zoudt
geen
macht tegen
zelf juist
op die wac/i< den nadruk legt:
hebben,
mij
zoo het u van boven niet
gegeven ware."
Zoo
blijkt
dus dat God de Heere wel in de menschelijke rechtsbedeehng
genoegzame klaarheid gelegd had,
maar dat de mensch
om
die als rechter
schuld en onschuld te onderscheiden,
zit,
te
verdorven
is
om het
als recht
vast te houden.
Doch hoe ongerechtig ook het vonnis een vonnis in den niet tegen ingaan.
tot stand
komt, het
is
en
blijft
naam des Heeren gesproken. De veroordeelde mag er En zoo is het metterdaad de Heere zelf, en hierop komt
het nu aan, die in het vonnis door Pilatus gesproken, ons oordeel op den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's